Algemeen Dagblad, 20 juni 2000, interview door Rien Meijer.

'Voetbal beheerst door wansmaak'

Voetbal en popmuziek staan in Nederland op gespannen voet met elkaar. Waar een land als Engeland zijn nationale voetbaltrots bij grote toernooien steevast vergezeld laat gaan van een eersteklas popsong, moet Oranje het doorgaans doen met André Hazes. Of erger.

`Noem eens een paar Nederlandse voetballiedjes'. `Eh, Hup Holland Hup, Huppie, huppie, huppie van Willy Batenburg, Hazes natuurl....' 'Ja ja ja, ik bedoelde eigenlijk góéie Nederlandse voetballiedjes...' Stilte. Zelfs de grootste muziekfanaat zal hier niet veel verder komen dan J.O.S. Days van The Nits en de Tröckener Kecks met Naar De Top (waarin de legendarische commentator Rick de Saedeleer zanger Rick de Leeuw achtereenvolgens Boniek, Platini en Scirea laat passeren alvorens deze kalm de winnende treffer scoort).
Andersom is het bijna net zo hard zoeken naar een voetballer met een muzikale smaak die uitstijgt boven het geijkte repertoire van Hollandse meezingers en hijgerige R&B. Muziekblad Oor vroeg `onze jongens' zes jaar geleden, voorafgaand aan het WK, welke cd's zij zouden meenemen naar de Verenigde Staten. De uitslag leerde dat er vooral veel swingbeat en cd's van Mariah Carey en de onvermijdelijke René Froger in de sporttassen verdwenen.

Er is geen reden om aan te nemen dat het bij de huidige Oranje-selectie heel anders gesteld is. Al bleek uitgerekend de huidige bondscoach Frank Rijkaard over een nogal afwijkende smaak te beschikken: Pixies, Frank Black, Sonic Youth, dat soort namen. En Rick de Leeuw, zanger en tekstschrijver van de Amsterdamse gitaarband Tröckener Kecks, weet zich Rijkaard nog als regelmatige klant van zijn platenzaak te herinneren.
Legendarisch (voor wie het gezien heeft) is de ontmoeting van muziekfreak Jan Rot en Ed de Goey, in het kader van de tv-serie De Omgevallen Platenkast. Waar Rot gewend was aan planken vol cd's en lp`s, werd hij in het rijtjeshuis van de toenmalige Oranje-doelman geconfronteerd met een suffig - en niet eens volledig gevuld - rekje van de Blokker. Daarin, behalve wat Nederlandstalig werk, muziek van U2, Dire Straits en de serie Tour Of Duty. Maar daarvoor, zo bleek, was toch vooral mevrouw De Goey verantwoordelijk.
Staan voetbal en popmuziek écht zo onverschillig tegenover elkaar en zo ja: hoe komt dat dan? René Boomkens, Nederlands enige echte Pop-professor (aan de Universiteit van Amsterdam) lijkt de aangewezen persoon om licht op deze kwestie te werpen. Zeker omdat Boomkes naar eigen zeggen óók voetballiefhebber is. Maar nee, aan deze kwestie wenst de professor zijn vingers niet te branden. Verder dan bevestigen dat het toch wel `heel gescheiden werelden' zijn, komt hij niet. ,,Nee, ook niet als ik er wat langer over zou nadenken.''

Rick de Leeuw, behalve zanger en tekstschrijver een erkend sportfanaat, is hiertoe wel bereid. De Tröckener Kecks-frontman gaat hiervoor terug naar de jaren 70. De tijd van `shitbands' als Kayak, die enorm neerkeken op zoiets banaals als voetbal. ,,Toen waren het echt compleet gescheiden werelden'', weet hij uit ervaring. Het was de tijd waarin De Leeuw de middelbare school doorliep. Een kostschool, strikt gescheiden in twee elkaar totaal niet begrijpende kampen: de sporters en de arto's, oftewel de voetballers en de muzikanten. ,,Het was gelijk ook de scheiding tussen de bierdrinkers en de blowers. Ik heb het altijd bij het eerste gehouden.'' De Leeuw, tot zijn 17e een naar verluidt niet onaardige linksbuiten bij de Koninklijke voetbalclub HFC, zat dus duidelijk in het eerste kamp. Tót hij op de avond van 30 september 1977 in concertzaal Paradiso The Jam zag optreden. In één klap vervaagden de dromen over winnende goals in finalewedstrijden. Daarvoor in de plaats kwamen dromen over grote podia, gratis bier en de onverdeelde aandacht van vrouwelijk schoon. Al bespeurt De Leeuw wel een link met zijn voetbalverleden: ,,Als aanvaller raak je gewend aan scoren en het in de belangstelling staan. Daarom kon ik in een band alleen uit de voeten als zanger, toch een beetje de spits van een popgroep.''

Toch is de liefde voor het voetbal nooit verdwenen. En dan met name voor Johan Cruijff, het definitieve idool. Die liefde gaat verder dan die voor de club Ajax. ,,Toen Cruijff in 1984 met Feyenoord kampioen werd, vond ik dat ook heel leuk. Trouwens, als je ons bezig ziet op het podium, heeft dat ook meer met Feyenoord te maken dan met Ajax.'' Met collega-bands als De Dijk en Skik spelen de Tröckener Kecks zelfs jaarlijks een voetbaltoernooi.
Maar over voetbal zíngen, is toch net effe wat anders. Terwijl in Engeland groepen van naam als New Order, Lightning Seeds (U weet wel, van football's coming home) en twee jaar terug Echo & the Bunnymen ware voetbalklassiekers schreven, wagen `serieuze' muzikanten zich liever niet aan het thema.
De Leeuw: ,,Eerst moet voetbal uit het smoezelige hoekje worden gehaald waar het nu inzit.'' En als de KNVB hem nu eens zou vragen een officieel Oranjelied te schrijven? ,,Vooropgesteld dat ze dat nooit zúllen vragen, maar dan nog zou ik er eens goed over na moeten denken. Het onderwerp is in de loop der jaren gemonopoliseerd door de wansmaak. Voor je het weet staat jouw nummer op een cd tussen Hazes en Froger.''

Half augustus verschijnt bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar Rick de Leeuws debuutroman `De Laatste Held', over zijn jeugd tot en met 30 september 1977.

Pers