![]() |
||
| Algemeen Dagblad, 20 juni 2000, interview door Rien Meijer.
'Voetbal beheerst door wansmaak'
Voetbal en popmuziek staan in Nederland op gespannen voet met elkaar. Waar een land als Engeland zijn nationale voetbaltrots bij grote toernooien steevast vergezeld laat gaan van een eersteklas popsong, moet Oranje het doorgaans doen met André Hazes. Of erger.
`Noem eens een paar Nederlandse voetballiedjes'. `Eh, Hup Holland Hup, Huppie, huppie, huppie van Willy Batenburg, Hazes natuurl....' 'Ja ja ja, ik bedoelde eigenlijk góéie Nederlandse voetballiedjes...' Stilte. Zelfs de grootste muziekfanaat zal hier niet veel verder komen dan J.O.S. Days van The Nits en de Tröckener Kecks met Naar De Top (waarin de legendarische commentator Rick de Saedeleer zanger Rick de Leeuw achtereenvolgens Boniek, Platini en Scirea laat passeren alvorens deze kalm de winnende treffer scoort).
Er is geen reden om aan te nemen dat het bij de huidige Oranje-selectie heel anders gesteld is. Al bleek uitgerekend de huidige bondscoach Frank Rijkaard over een nogal afwijkende smaak te beschikken: Pixies, Frank Black, Sonic Youth, dat soort namen. En Rick de Leeuw, zanger en tekstschrijver van de Amsterdamse gitaarband Tröckener Kecks, weet zich Rijkaard nog als regelmatige klant van zijn platenzaak te herinneren.
Rick de Leeuw, behalve zanger en tekstschrijver een erkend sportfanaat, is hiertoe wel bereid. De Tröckener Kecks-frontman gaat hiervoor terug naar de jaren 70. De tijd van `shitbands' als Kayak, die enorm neerkeken op zoiets banaals als voetbal. ,,Toen waren het echt compleet gescheiden werelden'', weet hij uit ervaring.
Het was de tijd waarin De Leeuw de middelbare school doorliep. Een kostschool, strikt gescheiden in twee elkaar totaal niet begrijpende kampen: de sporters en de arto's, oftewel de voetballers en de muzikanten. ,,Het was gelijk ook de scheiding tussen de bierdrinkers en de blowers. Ik heb het altijd bij het eerste gehouden.''
De Leeuw, tot zijn 17e een naar verluidt niet onaardige linksbuiten bij de Koninklijke voetbalclub HFC, zat dus duidelijk in het eerste kamp. Tót hij op de avond van 30 september 1977 in concertzaal Paradiso The Jam zag optreden. In één klap vervaagden de dromen over winnende goals in finalewedstrijden. Daarvoor in de plaats kwamen dromen over grote podia, gratis bier en de onverdeelde aandacht van vrouwelijk schoon. Al bespeurt De Leeuw wel een link met zijn voetbalverleden: ,,Als aanvaller raak je gewend aan scoren en het in de belangstelling staan. Daarom kon ik in een band alleen uit de voeten als zanger, toch een beetje de spits van een popgroep.''
Toch is de liefde voor het voetbal nooit verdwenen. En dan met name voor Johan Cruijff, het definitieve idool. Die liefde gaat verder dan die voor de club Ajax. ,,Toen Cruijff in 1984 met Feyenoord kampioen werd, vond ik dat ook heel leuk. Trouwens, als je ons bezig ziet op het podium, heeft dat ook meer met Feyenoord te maken dan met Ajax.'' Met collega-bands als De Dijk en Skik spelen de Tröckener Kecks zelfs jaarlijks een voetbaltoernooi.
Half augustus verschijnt bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar Rick de Leeuws debuutroman `De Laatste Held', over zijn jeugd tot en met 30 september 1977.
| ||