BRON ONBEKEND, Joke van Gemerde 1995, uitgewerkt door Tim (nederrock.nl)

Bloedverwanten

Rick de Leeuw (1960) is zangervan de Tröckener Kecks. Zijn zus Tineke de Leeuw is Projectleider Handhaving Milieuwetgeving op het Ministerie van Justitie; ze houdt toezicht op de naleving van de milieuwetten.

Rick de Leeuw: "Ik heb tot mijn elfde thuis gewoond, toen stierf mijn moeder. Haar dood op zich ging een beetje aan me voorbij, maar in praktische zin veranderde er natuurlijk heel veel. Er werd een huishoudster aangenomen, maar dat duurde niet lang. Als ik in haar ogen teveel mijn eigen gang ging, kreeg ik te horen: 'wat denk je wel, het is hier geen hotel'. Dat heeft me jaren achtervolgd. Als iemand dat zegt, dan ben ik gelijk weg. Uiteindelijk belandde ik op een kostschool maar in de tussentijd heb ik in meerdere gastgezinnen gezeten. Het eerste dat ik in een nieuwe buurt deed, was uitzoeken wie er voetbalde. En dan had ik mijn draai wel zo'n beetje gevonden. 'Studio Sport' kijken en chips eten, dat was mijn wereld. En voetbal, vooral veel voetbal. Wat dat betreft zit je paradijselijk op een kostschool, daar zaten wel tweehonderd voetballers!"

De weekenden bracht ik her en der door, soms bij Tineke, soms bij mijn vader. De weekenden bij mijn vader staan als totaal bizar in mijn geheugen gegrift. Hij was een schilderachtig figuur, die iets te graag een borreltje dronk. Met kinderen omgaan kon hij helemaal niet. Die vond hij namelijk dom en onvolgroeid, maar dat zijn kinderen nu eenmaal. Het vervelende voor ons was dat wij die kinderen waren. Hij heeft veel geestverwanten gevonden binnen de fine fleur van de Haarlemse culturele elite van de jaren zestig. Hij deed mee aan radioprogramma's als 'Zonder Blinddoek' van de VARA, waar rechtszittingen werden nagespeeld. Hij was ook de eerste die 'kut' en 'lul' op de televisie heeft gezegd, da's nog wel iets om trots op te zijn."

"Ik wilde geschiedenis studeren, want ik had tot ieders verbazing zevens en achten op het atheneum gehaald. Omdat Tineke tot die tijd voor mij alle kastanjes uit het vuur had gehaald, stond ik erop die studie aan de universiteit zelf te regelen. Bij het invullen van het inschrijfformulier ging het al fout. De eerste twee vragen - naam voluit en de geboorteplaats - gingen nog wel. Maar van vragen als 'bent u verzekerd?' kreeg ik het wel even benauwd. Tot mijn zevenentwintigste ben ik namelijk niet verzekerd geweest. Uiteindelijk ben ik zelfs nog naar een hoorcollege gegaan en dat overtuigde me dat de universiteit niet mijn soort wereld was."

"Dat Tineke bij het Ministerie van Justitie op hoog niveau met het milieu bezig is, geeft me het veilige gevoel dat de boel in goede handen is. Ik heb echt bewondering voor het schijnbare gemak waarmee ze elke dag weer in die trein stapt. Ze is ook iemand die zich grondig voorbereidt. Als je met haar naar Zweden gaat, spreekt ze al Zweeds. Ik ben veel meer 'how to bluff your way'."

"Ik ben iemand die liever niet over zijn problemen praat, dat is er op kostschool definitief uitgeslagen. Ik ga dan ook nooit met mijn problemen naar Tineke, maar soms kan ze op beslissende momenten een grap maken waardoor de druk van de ketel gaat. Ze is erg geestig. Feesten gaat ons heel goed af. Toen mijn zus Judith haar eindexamen gehaald had, gingen we met zijn drieën al die feestjes af. Ook al kenden Tineke en ik die mensen nauwelijks. Dan zat je om een uur of zeven 's ochtends met zijn vieren nog beneden. Wij en het feestvarken. De rest was allang afgehaakt. Wat dat betreft is er niets veranderd, we zijn nog steeds zo: als er drank in de koelkast is en er zijn een paar leuke mensen dan houden we het heel lang uit."

"We kunnen ook van die duidelijke meningen hebben. En die steken we niet onder stoelen of banken. Als we helemaal weg zijn van een boek dat we net ontdekt hebben, dan moet iedereen het lezen. Het gaat dan via via de hele vriendenkring door. Zo'n boek is dan een tijdje een grote hit, tot we iets nieuws vinden. Dat is begonnen met Sjöwall & Wahlöh en eigenlijk nooit opgehouden. Ik liep een keer met mijn vader door het Stedelijk Museum. Voor ons liep een echtpaar dat bij elk schilderij op zo'n vlak toontje zei: 'o, wat mooi'. Waarop mijn vader tegen die mensen begon uit te varen. Hij vond dat zo irritant. Dat hebben Tineke en ik ook: onverschilligheid is ons vreemd. Zo worden kosten noch moeite gespaard als we iets willen weten, desnoods wordt om zes uur 's ochtends iemand uit zijn bed gebeld. Dan moeten we het gewoon weten. Het is eigenlijk een soort spel in de familie en vriendenkring geworden, we noemen het de internationale wereldquiz. Zo heb ik Tineke een keer uit de après-ski gebeld, toen ze op wintersport was. Dat ging, geloof ik, om de hitsingles van Cliff Richard."

Tineke de Leeuw: "Ons gezin was niet bepaald knus te noemen, we leefden nogal langs elkaar heen. Ik kan me zelfs geen gemeenschappelijke maaltijden herinneren. Er stond wel vaak een pan soep op het gasfornuis, waar je dan wat uit schepte als je honger had. Mijn vader was advocaat en mijn moeder zorgde voor de administratieve ondersteuning. Maar het was mijn vader die de grootste stempel op het gezin drukte. Hij was een opvallend figuur, die erg gezien was bij de Haarlemse culturele elite. Er kwamen veel mensen over de vloer en er waren vaak huisconcerten en culturele avonden. Wij verveelden ons dan stierlijk: de televisie mocht niet aan en we moesten onze kop houden."

"Vader was voor het oog van de buitenwereld erg sociaal, maar thuis viel dat reuze tegen. Hij sliep bijvoorbeeld 's middags en dan slopen we op onze tenen door het huis. Soms nam hij zich voor zijn leven te beteren, dan kwam hij tegen zijn gewoonte in 's ochtends naar beneden. Dat had hij beter niet kunnen doen, want dan was hij zo geïrriteerd dat iedereen huilend naar school ging. Toen ik achttien was overleed mijn moeder. Ik was net op kamers en studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Om de boel draaiende te houden ben ik een paar maanden terug naar het ouderlijk huis gegaan, tot er een huishoudster kwam. Die probeerde ons op zo'n botte manier te drillen dat we er allemaal knettergek van werden. Toen is het gezin pas echt uit elkaar gevallen. Rick is daarna, via een aantal gastgezinnen, op een kostschool in Heemstede terechtgekomen. Hij kwam in die periode regelmatig een weekend bij mij logeren en bracht soms Leo mee, zijn beste vriend van de kostschool en later de drummer van de Tröckener Kecks. Ik had me voorgenomen dat ik geen kunstmoeder wilde worden maar dat hij wel moest weten dat hij altijd welkom bij me was."

"Zes jaar na mijn moeder overleed mijn vader. Omdat Rick en Judith nog minderjarig waren, moest ik in mijn eentje alles regelen: naar de notaris, de spullen verdelen, het huis opknappen en verkopen. Alles bij elkaar heeft het me heel veel tijd gekost. Familieleden die zich nooit om ons bekommerd hadden, wierpen zich op als voogd en toeziend voogd en daar hadden we helemaal geen trek in. Er is veel trammelant over geweest, maar uiteindelijk is het toch geregeld zoals wij het zelf wilden. We hebben het toen meer in de vriendenkring dan in de familie gezocht. Heel kort daarop besloot de staf van de katholieke kostschool dat Rick zijn biezen moest pakken: hij moest dus weer verkassen. Dat was wel heel erg slecht getimed, zo vlak na het overlijden van mijn vader. Ik had andere opvattingen over naastenliefde, hoe lastig Rick ook was."

"Ik zie Rick helemaal niet meer als mijn kleine broertje. We gaan veel met dezelfde mensen om en in het weekend komen we elkaar regelmatig op feestjes tegen. We gaan ook wel samen op vakantie: als hij en zijn vrouw ergens wat langer zitten, dan kom ik ook een weekje en omgekeerd. Dat is eigenlijk langzamerhand zo gegroeid. Rick en ik leiden heel verschillende levens. Ik werk bij het Ministerie van Justitie als Projectleider Handhaving Milieuwetgeving. Het is een baan waar je echt je kop bij moet houden. Door de week werk ik dan ook keihard en mijn sociale leven speelt zich voornamelijk in het weekend af, terwijl Rick dan werkt. Hoe hij in no-time zo'n zaal plat krijgt, dat vind ik zo bijzonder. Ik kan me hun eerste optreden in 'Oktopus' nog herinneren. De vaste kern van de band kende ik natuurlijk omdat ze vaak bij mij logeerden. De muziek was - vergeleken bij nu - niet te verteren, maar trots dat ik was."

"Soms hebben we met z'n tweeën het hoogste woord. Het komt zelden voor dat we stil zijn op feestjes: we hebben overal een mening over, gevraagd en ongevraagd. Met het klimmen der jaren wordt dat minder, ik word wat gemakzuchtiger daarin. We zijn ook van die mensen die tot het laatste moment blijven hangen. Dat doorgaan, dat extreme, dat hebben we van thuis. Als we een kaartavondje hadden en iemand ging om vijf uur 's ochtends weg, dan riep mijn vader: 'ga je nu al weg, we zijn toch aan het kaarten?' Sinds anderhalf jaar ben ik tante van Abel, het zoontje van Rick. Ik had nooit gedacht dat ik het zo leuk zou vinden want ik ben geen echte kinderfan, maar Abel vind ik fantastisch. Uiterlijk lijkt hij ook heel erg op mij. Ik heb van die grote oren en toen ik op kraamvisite kwam en hem voor de eerste keer zag, riep ik gelijk: 'ik betaal de operatie wel!'"

Archief