'Waar zijn ze nu?
waar zijn ze gebleven
de vrienden voor het leven
ze geven een voor een
niet thuis vannacht'
Nog tijdens het outtro zet ik tevreden de koptelefoon af en loop de controlekamer binnen. We zijn in de studio aan het werk voor onze nieuwe cd. 'Niemand Thuis' heet het lied waar we nu mee bezig zijn. Jan Bart, de producer, is al aan het beluisteren wat ik zoëven gezongen heb.
'De wind jaagt wat huisvuil
langs de gevels van de stad
roemloos einde van een reis
wie een huis heeft gaat naar huis
het is moeilijk hier te blijven
in weinig meer dan dorst alleen'
Vanuit de grote boxen hoor ik mezelf zingen. De muziek klinkt nevelig, verlaten. Zonder tekst weet je al waar het zich afspeelt. Nu, met de zang, blijkt het eens te meer het perfecte decor voor een gestrande illusie.
De zang klinkt onderkoeld, voegt zich weldadig in de weemoedige tonen en ik vind het mooi. Tot mijn verbazing vind ik het mooi! Ik luister naar mijn eigen stem en voel niet de behoefte er doorheen te praten.
Jarenlang heb ik de studio gezien als een straf. Als een voor ons vijandige omgeving. Het podium, daar kwamen we tot ons recht! De zone van de waarheid, waar oog in oog met het publiek, zonder vangnet, de overwinning lag. De studio, dat was een plaats waar iedereen, als 'ie maar zijn best deed, wel iets moois in elkaar kon draaien.
Welbeschouwd was het valsspelen. Meewarig beluisterden we de ongetwijfeld schitterend geproduceerde platen van om het even wie.
'Zal mij benieuwen of ze dat op het podium kunnen waarmaken,' lachten we dan, veelbetekenend.
En we gingen handenwrijvend naar ze kijken in Paradiso om ons gelijk te halen. Als hun optreden tegenviel smaakte het bier heerlijk. Als hun optreden echter recht deed aan de studioplaat, smaakte het nog beter! Dan vroegen we ons luidkeels af, hopend dat iedereen bij de bar het horen kon, hoe die band zo ongelooflijk stom kon zijn. Het idee alleen al, dat een optreden niets meer was dan het naspelen van de nieuwe plaat! Ze hadden er werkelijk niets van begrepen. En we proostten, proestend bij het aanschouwen van zo veel onbenul.
Nee, welbeschouwd was er maar een band op de wereld die wel precies wist waar het om draaide. En we prezen ons gelukkig dat uitgerekend wij in die band speelden!
'Reddeloos alleen
schepen zonder haven
jagers blijken meer en meer de prooi
allang niet meer op jacht
naar de gedroomde avonturen
de man met de hamer
vraagt het houten hoofd ten dans'
Het lied is bijna ten einde. Goedkeurend knik ik mee. Dan stopt Jan Bart abrupt de tape en kijkt me glimlachend aan.
'Ik denk toch dat het nog wel iets beter kan,' zegt hij gedecideerd. Glimmend van trots loop ik terug naar de microfoon.
Natuurlijk kan het nog mooier!
Het is altijd voor het eerst. Eindelijk!
En geloof me, dit is pas het begin.