Aloha, Ricks column

Johnny Lightnin'

Nog diezelfde middag bracht de stoptrein mij tot aan het Centraal Station van Amsterdam. Met mijn gitaar in een klassieke zwarte gitaarkoffer gehuld mengde ik me in de drukte van de stationshal. Tot hier was de reis voorspoedig verlopen, maar wat nu?
'Ken je niet uitkijken waar je loopt, lul?'
'O eh, sorry meneer.'
Ik draaide me om en verontschuldigde me andermaal.
'Ik ben hier voor 't eerst, ziet u.'
'Ja, dat zie ik, eikel, van een kilometer afstand!'
Gehaast liep ik verder, het stationsplein op. Wat nu? Ik stopte naast een krantenkiosk en leunde op mijn gitaarkoffer. Voor me lag Amsterdam. Voor me lag de wereld, voor het grijpen. Kansen voor iedereen, als je ze maar wist te liggen. Maar waar lagen ze? Ik moest een plan hebben. En een plaats om te slapen trouwens.
'Ga je nog wat spelen of hoe zit het?'
'?'
'Ik heb niet de hele dag de tijd,' grijnsde de man voor hem, 'ik wil je graag een gulden geven, maar het is hier de gewoonte dat je eerst je gitaar uit de koffer haalt voor je wat speelt.'
Ik keek hem niet-begrijpend aan. De man had intussen een gulden uit zijn jasje opgevist.
'Kijk, als je nu je gitaar pakt, hou je een lege koffer over. Daar kan het geld in. Het geld dat jouw muziek uit de zakken van het voorbijgaande publiek tovert. Business, weet je wel. Em.O.En.Ie.Waai!'
Het duurde even voor ik doorhad waar hij het over had.
'Wat speel je? Covers, eigen werk?'
'Eh, daar ben ik nog niet helemaal uit,' trachtte ik me een houding te geven.
Hij pakte mijn gitaarkoffer en opende hem behendig.
'Een vintage Fender Strat, en een werkelijk schitterend exemplaar!' kreette de man. Typisch mijn moeder. 'Ik ben te arm voor goedkope spullen,' was altijd een van haar onnavolgbare wijsheden geweest.
'Maar wat moet je hier op het stationsplein in godsnaam met een elektrische gitaar?'
'Ze zullen hier toch wel ergens een stopcontact hebben?' probeerde ik. Het succes van de gitaar deed me weer enigszins overeindkrabbelen. 'Of zit er misschien een lader bij?'
Hoofdschuddend sloot de man de koffer.
'Ik hoor het al, je moet nog een boel leren.' Hij stak zijn hand uit. 'Hoe heet je?'
Ik vertelde hem hoe ik heette en hoe ik hier verzeild geraakt was.
'Jongen, je bent bij mij precies aan het juiste adres,' sprak hij plechtig toen ik mijn verhaal had afgerond. 'Ik maak een ster van je!' Ik keek hem ongelovig aan. Wat een geluk! Zo moeilijk was het dus niet. Ik glimlachte. 'Zeg mam, nog toevallig in de bladen gekeken de voorbije dagen?'
'Wat we nodig hebben is een artiestennaam, onder je eigen naam kom je er nooit, les 1 in deze business! Vervolgens een repertoire, zonder liedjes kunnen ze niet meezingen. En ten derde een band, lelijke gasten die te gek kunnen spelen. Zonder lelijke band geen mooie zanger. Les 3! Mijn naam is Johnny Lightnin', ik ben vanaf nu jouw manager. Taxi!'

Leesvoer