![]() |
||
| Interview met Rick de Leeuw en Huub van der Lubbe, door Paul Evers, OOR maart 1989
LUBBE
VERSUS LEEUW LEEUW: "Alle mensen die in
Nederland in de popmuziek zitten, zijn al zo vriendelijk. Maar
die van De Dijk zijn nog effe wat vriendelijker. Het is echt
opvallend dat de hele popscene hier zo aardig is. Vroeger
beconcurreerde een groep uit Amsterdam een groep uit Den Haag. Er
was altijd veel kinnesinne. Maar dat hoor je helemaal niet meer.
Wat dat betreft zijn de koppen wat meer bij elkaar gestoken. Het
is nu meer dat je met z'n allen voor hetzelfde werkt. Ik zie De
Dijk ook helemaal niet als concurrentie. Het is heel goed dat ze
een hoop platen verkopen en voor uitverkochte zalen staan. Dat is
belangrijk in het jongerencircuit, daar profiteren wij van mee.
En het heeft een positieve uitwerking op de muziek. Zoveel nieuwe
bands zijn zoveel hechter geworden... Niemand zit elkaar in de
weg. Dat geldt ook voor Fatal Flowers, Claw Boys Claw, Nits. Het
zijn allemaal fijne collega's. Klinkt wel stom, hè?"
LUBBE: "Het inspireert
elkaar, meer in de zin dat het je ook opjut. Ik denk dan: nieuwe
Kecks-LP. En een maand later die van ons. Nou, dan moet die nog
beter zijn."
LEEUW: "Jullie zullen wel
meer tijd hebben om op te nemen, hè?"
LUBBE: "Een maand."
LEEUW: "Wij vijftien dagen,
inclusief mixen."
LUBBE: "Nou vind ik dat ook
wel kloppen bij de verschillen in de muziek. Ik vind dat van ons
al behoorlijk ongecompliceerd klinken, maar dat gaat in extreme
mate voor jullie op. Ook die hele merchandising van de
Kecks eromheen, dat is iets waar je jaloers op kunt zijn. En die
fanclubblaadjes. Maar jullie hebben Theo (Kecks-bassist). Als je
geen Theo hebt moet je er niet aan beginnen. Die vindt dat
helemaal te gek. Bij ons zou je daar niemand voor krijgen. Dat
vinden wij allemaal vreselijk. Fanclubblaadjes, daar moeten wij
ook niets van hebben."
LEEUW: "De ene fanclub is de
andere niet. Er komen wel eens mensen die vragen: waarom heeft De
Dijk geen fanclub? Zijn ze daar te serieus voor?"
LUBBE: "Misschien... Wij
zijn ook geen tienerbandje. Ik kan niet warm lopen voor die
fanclubblaadjes. Ik vind die spirit hartstikke goed,
hoor, maar die kunnen wij op dat gebied niet opbrengen. Die
stoppen wij in de muziek."
LEEUW: "Wij doen maar wat.
Dat is het lekkerste. Je zit niet alleen in een band om een
bepaald idee te vervolmaken. Je zit vooral in een band om te
kijken of je het leuk vindt wat er op je weg komt. En vind je het
leuk, dan moet je het doen. We hebben verder geen doel. Het is
vooral een aardige manier om vijftig te worden."
LUBBE: "Nee, binnenlopen
is het niet. En echt veel aanzien krijg je er ook niet door."
LEEUW: "Ik begrijp ook niet
dat wij soms als zo bewust alternatief worden gezien. Ik heb
totaal niet het idee dat wij alternatief of baanbrekend zouden
zijn. Ik voel mijzelf in een bijzonder klassieke vorm van
popgroep zitten, à la The Who en The Kinks. Alleen: tegenwoordig
wordt dat gek gevonden. Er heerst tegenwoordig zo'n beeld van een
popgroep wat zover afstaat van wat ik mooi vind van een groep.
Dat is: overal waar je speelt proberen te overtuigen. Dat lijkt
wel helemaal niet zo te zijn in de grote-mensen-wereld. Ik hoorde
dat Tanita Tikaram op Pinkpop staat. Dat vind ik nou een goeie
grap. Pinkpop is de beloning van een carrière, vind ik. En de
eerste de beste janboerenlul als Rick Astley staat in de Ahoy'.
Dat is blijkbaar gewoon. Terwijl ik er zo eentje ben van de lange
weg. Het is iets wat je verdient. Het moet langzaam groeien. Je
moet het afdwingen. De jacht is mooier dan de vangst."
LUBBE: "Ja... Precies zo. Op
het moment dat je in de auto stapt, begint het. Dan kijk je uit
het raampje. Ik bedoel: ik zou het anders zeggen. Ik zou er geen
geweren-associaties bij zoeken, als ik het zou zeggen."
LEEUW: "Hoe bedoel je? De
jacht, dat is niet met geweren achter een eend aan rennen."
LUBBE: "Nee, ik begrijp wat
je bedoelt. Maar toch zou ik het anders zeggen. De weg naar
erkenning is leuker dan de erkenning zelf, ik ken het. Maar ik
moet zeggen: die erkenning heeft ook wel wat. Ik maak al vijftien
jaar muziek en dan is het wel leuk om een aai over je bol te
krijgen. Je merkt op een gegeven moment dat dingen makkelijker
gaan als mensen je kennen. Ik vind dat ik het ook verdiend heb om
op straat herkend te worden."
LEEUW: "Ik ben vanmorgen zo
vrij geweest om de laatste twee LP's die ik van jullie heb te
draaien, en het enige verschil dat ik zie is dat jullie
personages ouder zijn dan die bij ons. Wat rijper, volwassener.
Maar voor de rest zingen we over hetzelfde. Vrouwen, stad...
Omdat we in de stad wonen? Bij ons speelt dat bijna geen rol. Het
meeste is gesitueerd in de stad, maar dat is meer een stijlfiguur
dan een inspiratiebron. Het is makkelijker om het in een stad te
situeren dan in een dorp, want dan is het net of het dorp
belangrijk is voor de ontwikkelingen in een lied. Dan krijg je
intriges en zo. In een stad kun je twee personages isoleren. Net
zoals het zingen over een jongen en een meisje, dat is ook een
stijlfiguur. Springsteen heeft het over zichzelf en zijn vader,
die roert dezelfde problemen aan."
LUBBE: "Nou, het ligt voor
mij dichter bij wat ik meemaak. De stad is een opeenhoping van
alle mogelijke tegenstellingen en gebeurtenissen. Als
inspiratiebron ligt de dramatiek veel meer voor de hand. Als je
hier uit het raam kijkt zie je al zulke bizarre dingen gebeuren,
die je verwonderen of aan het denken zetten. Ik denk ook dat mijn
toon wat melancholieker is en die van de Kecks wat... onstuimiger."
LEEUW: "Bij ons zijn het
meestal pubers. Nou voel ik mijzelf ook nog voor tachtig procent
puber. Steeds meer eigenlijk weer. Dat vind ik wel lekker. Alle
dingen waar ik op de middelbare school door in verwarring werd
gebracht, daar word ik nu weer door in verwarring gebracht. Wel
op een andere manier, maar ik snap er nog steeds geen zak van.
Echt helemaal nergens van. En ik pretendeer het ook helemaal niet.
In mijn muziek constateer ik nog steeds dat het een chaos is."
LUBBE: "Die melancholieke
kant is niet zozeer van mijn leeftijd afhankelijk. Die
heeft er altijd al ingezeten. Als ik een nummer hoor van Otis
Redding of Jacques Brel gaat het met bakken, weet je wel... Ik ga
voor zo'n tekst ook gewoon zitten met een vel papier en dan laat
ik het maar komen. Nu moet ik zeggen dat er dan wel van alles
uitkomt wat ik vind van één en ander... En daar word ik niet
vrolijker van. Echt niet. Terwijl ik ontzettend optimistisch ben.
Maar het lijkt alsof dat optimisme per dag meer uit je handen
wordt geslagen, als je zo eens om je heen kijkt. Daarom speel ik
ook graag. Dan kan ik dat vergeten."
LEEUW: "Zou onze wereld zich
dan beperken tot onszelf en de stad?"
LUBBE: "Ja, het grote
wereldbeeld ontbreekt. Dat soort teksten schrijf ik ook wel, maar
het is zo vreselijk moeilijk. Stop eens een groot wereldbeeld in
drie coupletten en een refrein. Dan loop je het gevaar dat het
allemaal zo hol gaat klinken."
LEEUW: "Als artiest moet je
ook méér doen dan zeggen wat er fout is. Als je echt de
wereldproblemen wilt aanpakken, moet je in de politiek gaan. Voor
mij is een lied schrijven méér dan de waarheid vertellen. Je
moet er hooguit één element uithalen. Dan moet je maar hopen
dat je na tien LP's iets verteld hebt."
LUBBE: "Plus dat ik in mijn
achterhoofd hou: straks moet ik het zingen voor 400 mensen. Waar
komen die mensen voor? Die mensen zijn toch op onze hand, ze
weten toch wel waar we staan dus die mensen hoef ik niets te
vertellen over Shell in Zuid-Afrika. Die mensen zijn blij als ze
een leuke avond hebben, dat staat dan eigenlijk méér voorop."
LEEUW: "Toch merk je dat
teksten best belangrijk zijn."
LUBBE: "Absoluut. Bij ons
soort bands nog meer dan bij anderen. Wij speelden pas voor het
eerst 'Deze Stad Is Een Veel Te Mooie Vrouw', dat was prachtig om
te horen hoe iedereen na iedere regel begon te joelen."
LEEUW: "Wij hebben heel vaak
dat de eerste zeven rijen 'Achter Glas' woordelijk staan mee te
zingen. En wij hebben eens een jongen gehad die had 'Zonde Van De
Tijd' gedraaid op de crematie van zijn broer... Dat besef je zelf
niet, die impact."
LUBBE: "Zo'n nummer als
'Zwart-Wit' van Frank Boeijen, daar was ik echt jaloers op. Zo'n
statement maken, op die manier, daar had ik veel respect voor.
Waar hij nu mee bezig is, dat snap ik niet. Dat is mij te poëtisch.
Te mystificerend."
LEEUW: "Ik snap er ook geen
donder van, maar ik geloof wel dat hij heel oprecht bezig is. Dat
waardeer ik zeer."
LUBBE: "Dat mystificerende
heb ik juist vermeden. Ik wil dat iedere zin volledig te
begrijpen is. Er loopt een man over straat en hij kijkt naar de
lucht, dat is al bijna poëtisch. Dat moet je hem niet laten doen.
Hij kijkt omhoog. Dat kan al beter. Dat kan iedereen begrijpen."
LEEUW: "Wij willen dat het
klinkt alsof het in twee minuten in elkaar is gerold. Terwijl we
er weken over doen, hoor. Maar het moet een nonchalance hebben
waardoor iedereen denkt: dat kan ik ook. Zoals bij een Karel
Appel."
LUBBE: "Nee, bij ons moet je
het echt als het uiterste van ons kunnen klinken. Daar doen we
dan ook een tijdje over. Alles wordt gewikt en gewogen."
LEEUW: "Bij ons ook. Maar de
eerste indruk is: dat kan ik ook. Dat is ijzersterk, vind ik. Als
je doorluistert, hoor je pas wat het werkelijk is."
LUBBE: "Maar als ik jullie
zie, voel ik dat het om hetzelfde gaat. Het gevoel is hetzelfde.
Dat werken jullie anders uit, met een gitaar die twee keer zo
hard staat als onze gitaar omdat wij er nog een piano bij hebben.
Maar we werken vanuit dezelfde intentie. Net als een aantal
anderen, tot en met de Claw Boys aan toe..."
LEEUW: "Dat die uit elkaar
zijn, dat komt gewoon door Nederland. Door die hokjesgeest hier.
Peter te Bos had een bekende Nederlander moeten zijn intussen, en
in 'Wedden Dat' moeten zitten. Dat zou leuke TV opleveren en daar
is Nederland gewoon te stom voor. Zonde. Daarom blijft zo'n band
de hele tijd tegen het plafond aanbeuken. Popmuziek wordt maar
geen amusement gevonden. Terwijl Claw Boys Claw dat wel is. En
wij ook!"
LUBBE: "Dat vind ik nou de
pest aan Nederland: dat het amusement moet wezen."
LEEUW: "Nee, dat het
vervelend amusement is."
LUBBE: "Er is maar één
soort amusement in Nederland en dat is vervelend amusement."
LEEUW: "Elvis Presley was
wel op allerlei fronten op TV en niet alleen om een liedje te
zingen. Hij was meer entertainer, zonder rebels te zijn. Dat
schijnt niet meer te kunnen. Het zou toch top-amusement zijn om
Peter te Bos in 'Wedden Dat' te hebben? Daarom blijft zo'n band
maar in eigen kring doordraven."
LUBBE: "Maar het haalt toch
niks uit om één avond in 'Wedden Dat' te zitten? Dat gaat erin
als zoete koek. Het wordt verzwolgen en hup, weg! Je kunt in je
blote reet op TV verschijnen en er gebeurt niks meer. Wat je
krijgt is: die Peter te Bos gisterenavond in 'Wedden Dat', nou,
die heeft zichzelf ook verkocht!"
LEEUW: "Jullie staan toch
ook in 'Los Vast'?"
LUBBE: "Ja... Het pad is erg
smal, hoor."
LEEUW: "Daar moet je toch
geen rekening mee gaan houden? Sommige mensen wachten er gewoon
op dat er iets fout gaat. Je moet zoiets gewoon doen... Zoals
Arno al zei: 'Het is moeilijk om rebel te zijn als rebellie de
norm is'. Rock & roll was vroeger jong. Tegenwoordig is iederéén
jong. Er staat in een contactadvertentie: jongeman van 63
jaar zoekt dito vriendin... Wat dat betreft zijn wij gewoon
amusement geworden. Met een scherp randje misschien."
LUBBE: "Brood is de enige
die crossovert. Van alle dingen die hij al goed kan, kan hij nog
het beste zijn eigen PR-man zijn. Hij heeft er ook echt zijn
eigen joke van gemaakt. En niemand zit te wachten op een
nieuwe Brood. Een keer op een feestje vroeg hij me: één van
jullie zit toch ook in die film? Ja, zei ik. Ik. Ja, ja,
waarom hebben jullie dat publicitair niet uitgebouwd? Tsja, zeg
ik. Eh, waarom eigenlijk niet. Toen zei hij: jaaah, nu snap ik
het... Inderdaad, weet je wel. Dat is ook zoiets van: je doet het
op je eigen manier. Ik heb die hele poeha eromheen nooit zo
prettig gevonden. Doe je, na tien jaar muziek, een keer aan een
filmpje mee en je krijgt iedereen over je heen. Terwijl ik denk:
laten ze maar naar de muziek luisteren. Dan weten ze precies hoe
het zit."
LEEUW: "Het heeft geen zin
om andermans wegen te bewandelen. Wij hebben al zo vaak gehoord:
dit of dat hadden jullie moeten doen. Dan denk ik: man, rot op.
Na acht jaar bestaan wij nog. En van al die slimme
wijsneuzen hoor ik dus niks meer. Wij rommelen lekker door. Wij,
die nooit aan een imago gewerkt hebben, blijken opeens een imago
te hebben. Ik wil dat proces helemaal niet versnellen. Ik vind
het mooi zoals het nu gaat... Nu is het weer rap, of
moet je weer een carnavalssingle uitbrengen?"
LUBBE: "Ik heb een buurman,
Bertus, een zwaar getatoueerde veertiger. Iedere keer als ik hem
tegenkom zegt ie: 'Reggie! Reggie! Het gat van Doe Maar!'. Dan
gaat het goed!"
LEEUW: "Haha, nee, het gaat
wel prima zo. En na de zomer proberen we het buitenland eens uit,
Scandinavië. Lukt het niet, dan niet. Ik ben nog lang niet
uitgekeken in Nederland. Als je ziet dat je in Horst, in Echt en
in Leek kan spelen, dan is Nederland hartstikke groot."
LUBBE: "Je komt in een tent
en dan zal het voor de derde keer zijn: er staan meer mensen en
jij staat er met een nieuwe set. Bij de groenteman ga je ook
jarenlang langs. Dat kan ook een fijn bedrijf zijn. België
proberen wij eerst, dan misschien het buitenland. Maar ik maak me
daar totaal geen illusies over. Het moet vreselijk goed
georganiseerd worden."
LEEUW: "Ik ben er 24 uur per
dag mee bezig. Het zit in je kop. Je krijgt een bepaalde manier
van kijken. De deur staat altijd open."
LUBBE: "Je weet ook nooit
wanneer het toeslaat. Je loopt wat rond, loopt eens je boekenkast
langs, gaat naar de bakker, je knalt de TV aan en je ziet iets
over Aboriginals en je gaat naar bed. Er is niks gebeurd, maar de
volgende dag heb je een single in je hoofd."
LEEUW: "Als je op straat
loopt, of een boek zit te lezen, heb je altijd in je achterhoofd
dat er iets gebeurt wat de bal aan het rollen brengt. Er is bij
ons ook niemand die iets achter de hand houdt, een cursus dit of
dat. Voor als het niet lukt. We zijn ervan overtuigd dat het lukt."
LUBBE: "Alles wat in de band
gestopt kan worden, gaat erin. Meer kun je niet doen."
LEEUW: "Wat ik ook zo raar
vind is dat je in feite allebei hetzelfde doet maar dat anderen
het onderverdelen. Ze laten ons bij de VPRO spelen, maar als ik
dan vraag waarom De Dijk niet, dan is het: nee!"
LUBBE: "Ik weet het. Ons
imago schijnt wat behoudender te zijn. Dat past daar niet."
LEEUW: "Ach jongen, die VPRO
is niks anders dan de VARA of Veronica of de TROS. Allemaal
hokjes."
LUBBE: "Terwijl je met niets
anders dan zo'n band bezig bent. Je staat bij al die dingen niet
stil. Alleen merk je dan op een bepaald moment van: hé, ze
moeten ons daar niet en daar vooral wel."
LEEUW: "Ze bieden ons steeds
bij 'Hollands Glorie' aan. Daar komen wij weer niet in. Dat vind
ik even belachelijk als jullie niet bij de VPRO. Het gaat toch om
goede muziek soms? Of niet dan?"
| ||