 |
Aloha, Ricks column
Moeder, ik ben artiest!
In de taxi vroeg Johnny Lightnin' het opnieuw. 'Covers of eigen werk?'
Ik ben bezig met schrijven,' antwoordde ik om hem niet teleur te stellen. 'Laat 'ns wat horen?' vroeg Johnny terwijl hij een sigaret opstak. 'In deze taxi wordt niet gerookt.' De taxichauffeur klonk dreigend. 'Heb je wat aan je ogen soms?' reageerde Johnny verontwaardigd. 'Stop onmiddellijk deze wagen. Ik weiger met een blinde chauffeur in een auto te zitten!' 'Al goed, al goed. Jij wint,' bond de chauffeur in. 'Maar gebruik wel de asbak.' Johnny keek me grijnzend aan en zakte behaaglijk rokend onderuit. 'Ik eh, ben bezig met een song, "The Milkman's Wife" heet het.' Voor de schoolkrant had ik ooit eens een verhaal geschreven over de vrouw van de melkboer. Een enorme stoot die zich doodverveelde omdat haar man de hele dag vreemd ging met alle lelijke huisvrouwen uit de buurt. Ik had er veel succes mee gehad, vooral omdat enkele ouders het een zoveelste teken van moreel verval zagen. Johnny was minder onder de indruk. 'En verder?' Ik had niets, helemaal niets. Maar dat kon ik toch moeilijk zeggen.
Eh, "Monkey Motel". Ik heb nog een lied, "Monkey Motel", maar dat is ook nog niet helemaal af.'
Johnny stak een nieuwe sigaret op en keek zwijgend naar buiten. We reden door een naargeestige naoorlogse buurt. Ik bekeek mijn nieuwe manager. Ik schatte hem op een jaar of dertig. Hij had stroblond vlassig haar, een grote bril, die hij voortdurend terug moest duwen, bedekte zijn kleine oogjes en om hem heen hing een flauwe alcohollucht. Alsof hij net gedronken had, of dat hij heel snel iets te drinken nodig had.
'Stop hier maar. De rest lopen we wel,' zei hij kortaf tegen de chauffeur.
Johnny betaalde, maakte nog een grapje door het geopende portier en nam me mee een zijstraat in.
'Als ze je adres weten komen ze nooit meer, les 1 als het om taxi's gaat.'
Hij haalde een bos sleutels uit zijn jasje en opende de deur van een armoedig flatje.
'Mijn kantoor. Tijdelijk.' Ik zette mijn gitaar in de hoek en wilde gaan zitten. 'Hoho, dit hier wordt jouw plek de komende tijd.' Met een wijds gebaar opende hij een zijdeur. Een onooglijk kamertje werd zichtbaar. 'Home of the hits! Hier ga jij ze schrijven. En snel een beetje, dan bel ik een band voor je bijelkaar.'
Hij pakte de gitaar en drukte hem op mijn borst. 'En geen melkboeren en apen meer, ik wil horen wat jou drijft! Jouw wereld is de wereld! Jouw waarheid is de waarheid!' De waarheid? Ik dacht aan mijn moeder. 'Too poor to buy cheap,' mompelde ik. 'Wat zei je? "Too poor to be cheap"? Geweldig.'
'Mijn moeder zegt dat altijd.' 'OK, "Too poor to be cheap, that's what my mother said", je bent een genie! En nu verder!' Hij duwde me het zijkamertje in en sloot de deur. Ik ging zitten. Ik was moe. Ik had honger. En geen cent op zak. 'Moeder, ik ben artiest!'
Leesvoer
|