Recensies en interviews van het album Dichterbij Dan Ooit, alle uitgewerkt door Tim (nederrock.nl)

ALLES OP TIEN (1997)
Met twee nieuwe bandleden, teweten Gerben Ibelings en Rob van Zandvoort, zijn de Kecks aan een tweede jeugd begonnen. Luister even hoe energiek 'Zeg Nooit Nooit' uit je speaker knalt. Grotestads-poëzie van zanger Rick de Leeuw vertolkt de gevoelens voor ons luisteraars over verloren liefdes, vrienden en verloren dromen. Producer Attie Bauw heeft de band ontdaan van haar garagegeluid. Een enorme vooruitgang; de gitaren knallen je om je oren in 'Jaloezie' en de nummers zijn pakkender dan ooit, dynamisch en ontdaan van nodeloze franje. De piano-ballad 'Paradijs' laat een andere kant zien van deze ruwe bolsters met blanke pit. Dit romantische lied moet het tot een radiohit kunnen schoppen. 'Meisjes' van Raymond van het Groenewoud krijgt een stevige Kecks-behandeling en de toegevoegde gitaarpartijen maken het nummer spannender dan het origineel. 'Maria' en 'Als Grootvader Sprak' zijn twee schitterende nummers die afwijken van de uptempo-rock waarin de Kecks uitblinken. De band benadrukt daarmee haar veelzijdigheid. 'Dichterbij Dan Ooit' is een sterke plaat die vriend en vijand zal verassen.

OOR (1997)
De Tröckener Kecks kwamen zo'n twee jaar terug op het onzalige idee om een album te maken met nieuwe versies van oude krakers. Nu viel er op zich best iets te voor te zeggen om bij het derde lustrum terug te blikken op het eigen verleden. Niet alleen deed Hotel Nostalgia nog eens beseffen hoezeer de groep muzikaal was gegroeid, daarbij leek het aardige manier om het publiek rustig te laten wennen aan haar gestroomlijnde geluid. Veelbelovend klonk het allemaal echter niet, hetgeen met name gold voor het recente bonusnummer, zodat 'Dichterbij Dan Ooit' des te verrassender aankomt. Weliswaar dreigen de Kecks meteen te verdwalen zo gauw ze van het bestaande pad afwijken, zoals gebeurt in de cover van Raymond van het Groenewouds 'Meisjes', maar verder doet deze elfde plaat beslist niet onder voor hun meest succesvolle album 'Met Hart En Ziel'. Met de vaste aanstelling van toetsenist Rob van Zandvoort heeft het klankbeeld het nodige aan kleur gewonnen, te meer daargi tarist Rob de Weerd nu de gelegenheid krijgt om subtiliteit in zijn spel te leggen. De hoogtepunten zijn dan ook de bitterzoete ballades, waarvoor zanger Rick de Leeuw als vanouds samen met de inmiddels vertrokken drummer Leo Kenter de teksten schreef. Vooral met hun bezonken liedjes over alles wat voorbijging, weten ze de gevoelige snaar te raken, omdat ze wars van nostalgie precies vertellen waar het op staat: 'Als de pijn verdwijnt, gaat de herinnering lonken, maar er is geen weg terug.'

VERONICA-GIDS (1997)
Traditionele Nederlandse rock. De nieuwe CD 'Dichterbij Dan Ooit' van de Tröckener Kecks knalt zo nu en dan je discman uit. Hard, stevig, recht toe recht aan. Opvallend echter is het grote aantal rustige nummers: 'Paradijs', 'Verloren Zoon', 'Met Grote Ogen' en 'Alles Went'. De enige cover 'Meisjes' (van Raymond van het Groenewoud) past perfect bij het eerste, iets ruigere deel van de plaat. Al ruim vijftien (!) jaar in de rockscene en weer is het de Kecks gelukt een pracht-CD af te leveren.

FRET (1997)
Even waren de Tröckener Kecks het spoor bijster. Althans, daar leek het op toen na het verschijnen van 'Het Grote Geheim' drummer Leo Kenter begin 1995 de groep verliet en er maar liefst twee nieuwe krachten (Gerben Ibelings en Rob van Zandvoort) voor nodig waren om het coveralbum 'Hotel Nostalgia' op te nemen. Einde van een tijdperk, was dan ook de gedachte. En omdat de Kecks plotseling nog minder in de media geraakten ook nog eens: dat komt nooit meer goed. Maar wat blijkt bij beluistering van de eerste zeven nummers op 'Dichterbij Dan Ooit'. Rick en de mannen zijn geen steek veranderd. Sterker nog: ze doen nog steeds alsof het leven bestaat uit middelbare schooldromen en 's weekends zuipen in de jongerensoos. Al is dat wel heel kort door de bocht. Want ondertussen benaderen ze wel meer en meer het live-geluid waarmee de groep al jaren haar status als stabiele publiekstrekker verdedigd. Het goede nieuws is evenwel dat deel twee van dit elfde album een band laat horen die nog vele jaren mee kan. Het tempo is dan wel gehalveerd en de opgerolde mouwen-rock vervangendoor lange regenjassen-pop waarin de gitaarpartijen van Rob deWeerd niet langer domineren. Eens te meer blijkt dat vooral toetsenist Rob van Zandvoort destijds een gouden aankoop is geweest. Tröckener Kecks volwassen? Wie het prijsnummer 'Monster in Mijn Hoofd' beluistert, is geneigd te denken van wel. Maar wie opteert voor de verminking van Raymond van het Groenewouds 'Meisjes' kan met evenveel gemak het tegendeel beweren. Maar vooruit, met deze plaat zijn de Kecks dichterbij dan ooit.

ALLES OP TIEN (Han van den Essenburg, juni 1997)

Het heeft een tijd geduurd, maar eindelijk is hij er dan: de nieuwe CD van Nederlands gretigst spelende band, Tröckener Kecks. 'Dichterbij Dan Ooit' is een frisse plaat geworden en laat een herboren band horen. Jaren deden de Kecks alles zelf maar daarin hadden ze voor zichzelf het maximale bereikt. Het werd tijd voor een buitenstaander met een frisse blik. Producer Attie Bauw bleek geknipt voor de taak en gezamenlijk begon men aan een heuse productie. Het resultaat liegt er niet om. Met een verse CD op zak stroopt de band de zalen weer af en doet waar ze het beste in is... optreden. Een gesprek met Rick de Leeuw en z'n band.

"Toen onze vorige drummer Leo Kenter stopte hadden we zoiets van: dit is het einde van de Kecks. Maar Leo wou wel graag doorgaan als tekstschrijver maar niet als drummer. Hij had een vrouw en kind en vond het optreden niet fijn meer. Op deze plaat heeft hij ook meegeschreven. Hij zit nu op de schrijversvakschool. Wij vonden dat een legitieme manier om door te gaan. Met onze nieuwe drummer is het voor mijals bassist een hele verandering. Leo was meer een punkdrummer, heel erg voor in de tel spelen, Gerben speelt meer achterin. Je moet je hele spelstijl daarop aanpassen."

TERUG NAAR DE BASIS
"In de zomer hebben we al een nieuwe demo opgenomen en daarna zijn we op zoek gegaan naar een producer. Attie Bauw werd ons getipt. We hebben een paar keer in het café afgesproken om te kijken of we elkaar lagen. Daarna hebben we twee weken lang alleen zang en akoestische gitaar gedaan. We zijn helemaal terug gegaan naar de basis. Van daaruit zijn we de nummers gaan inkleuren. Sommige nummers zijn uiteindelijk heel anders geworden dan op onze demo. Als je een demo maakt heeft het geen zin om die opnieuw goed te gaan opnemen in een goede studio. Dat hebben wij ook nooit gedaan. Met de akoestische bandjes zijn we daarna een week aan de gang gegaan met bas, drum en piano. Attie liet ons de nummers horen en vertelde daarbij wat hij de functie van elk instrument vond en hoe hij de band zag. Zijn kritiek op ons was dat wij teveel in elkaars gebied zaten. De gitaar te ritmisch, de bas en de drums veel te vol. Daarna zijn we twee weken de oefenruimte ingedoken om de nieuwe nummers opnieuw op te nemen. Met de demo zijn we naar de maatschappij gegaan, die vonden het prima en we kregen groen licht."

WISSELOORD
"Toen zijn we drie weken gaan opnemen in 'Wisseloord'. Daar hebben we echt opgenomen met twee verschillende drumstellen, drie bassen, vijf gitaarversterkers en acht piano's. We zijn vijf dagen bezig geweest om alle verschillende geluiden af te stellen. Daarna kon het echte opnemen beginnen. Een voordeel van deze werkwijze is dat je als muzikant vast aan de ruimte kunt wennen en dat als je eenmaal aan het spelen bent je niet hoeft te onderbreken voor het afstellen van een geluid. We hebben alles samen ingespeeld in de controleruimte, op de drums na. Ook de zang is daar ingezongen, van twee nummers hebben we de zang laten staan en de rest is na de tijd overgedaan bij Attie thuis. Hij heeft dezelfde spullen als in 'Wisseloord', alleen bij hem kun je niet met gitaarversterkers gaan blazen. In 'Wisseloord' hebben we de natuurlijke galm gebruikt, dat is toch mooier dan galm uit die digitale kastjes. Toen we met de koren al een week bezig waren, vroeg de platenmaatschappij aan Theo of het niet wat lang duurde, maar toen ik ze wat liet horen, zeiden ze: ga maar door. Normaal namen we de koren in één keer op, maar nu deden we dat op acht sporen. Als er één van de drie stemmen niet zuiver was moest het over. Na de zang zijn we direct gaan mixen. De planning was één april maar De Dijk en Skik kwamen ook uit, dus had Polydor zoiets van: hij moet eerder uit. Attie had drie weken gemixed en hij zei: ik hoor er nog zoveel in, ik wil meer tijd. Toen ben ik naar Polydor gegaan en heb gezegd dat hij tot nu toe met alles gelijk had en dat hij eruit gehaald heeft wat er in zit en wat hij beloofd heeft."

GESTRIPT
"Ons geluid is heel anders geworden, misschien vervreemdt dat een aantal van onze oude fans, maar er zullen ook een aantal nieuwe voor in de plaats komen. Toen we zelf 'Het Grote Geheim' hadden opgenomen hadden we zoiets van: dit is het eindstation, meer dan dit halen wij er niet uit. We hadden er al onze energie ingestoken en de enige reactie was: oh, de Kecks hebben weer een nieuwe plaat uit. Het werd tijd voor iemand met andere ideeën, een buitenstaander die onze gewoontes signaleerde. Daar is Attie heel sterk in geweest. Iedereen heeft gestript, een heleboel partijen zijn verdwenen en er is bijna niks bijgekomen. Het totaal is er veel beter door geworden. De Nieuwe Revu schreef 'de Kecks proberen volwassen te worden'. Dat klopt ook wel. Onze voorgaande platen hadden vaak één dreun en dat is nu niet meer zo. We gaan er nog steeds voor, ik ga mee met de vertegenwoordigers naar de winkels en sta in de stand om te laten zien dat we achter ons ding staan. Alleen dan houd je het vol. Het gaat niet om succes, het gaat erom dat je het leuk vindt wat je doet."

(BRON ONBEKEND) (Hans van Soest, juni 1997)

Rick de Leeuw heeft geleerd dat je niet gelukkig wordt door al je dromen achterna te hollen, omdat je er toch maar één kunt vangen. Maar die moet je dan ook niet uit je handen laten vallen. En na de vangst niet achterover leunen. Dat doet de zanger van de Tröckener Kecks ook niet op de nieuwste CD 'Dichterbij Dan Ooit'. Een gesprek over geluk op verschillende niveaus.

Het verhaal van Rick de Leeuw is het verhaal van de jongen die na de dood van zijn moeder op een kostschool in Heemstede terechtkwam. Een plek waar hij doodongelukkig was, waar hij werd gewrongen in een keurslijf dat hem niet paste. Een jongen die de knellende banden van het bestaan wilde doorbreken en ervan droomde een beroemd voetballer te worden. Of popartiest natuurlijk. In 1980 begon hij samen met zijn vriend Leo Kenter de Tröckener Kecks. Hij wilde de wereld aan zijn voeten. Maar het verhaal van Rick de Leeuw is niet alleen het verhaal van die jongen. Hij is nu 36, is inmiddels getrouwd, heeft twee kinderen en een nieuwe plaat. De negende, de tiende? "Ik weet het echt niet meer", zegt hij. En die wereld aan zijn voeten? Die wil hij nog steeds. Maar niet meer tegen elke prijs.

"De weg naar roem en geluk is een weg vol voetangels en klemmen. Je kunt ook een makkelijke weg kiezen, maar die is niet leuk. Het zou wel kunnen, hoor. Als ik vanmiddag bel, zit ik morgen in het panel van Waku Waku. Maar dat is niet de weg voor de Tröckener Kecks. Niet meer op een promotieboot samen met Whitney Houston en Lee Towers. De weg die je niet wilt gaan is makkelijk aan te geven. Maar de weg die je wel wilt gaan, die is moeilijker te vinden. Het heeft jaren geduurd voor we het wisten. In de tijd na onze hitsingle 'Met Hart En Ziel' werden er allemaal dingen om ons heen geregeld. Onze populariteit was sterk groeiende. Iedereen trok aan ons. Toen onze platenmaatschappij ons dwong een nummertje te playbacken in een televisieshow, hebben we er een punt achter gezet. Nu ben ik blij dat we toen niet mee zijn gegaan in die draaikolk van smakeloosheid. De vraag is: ben je graag beroemd of maak je graag de muziek die je zelf mooi vindt? Dan maar niet beroemd."

WAANZIN
Dat het circus rond de band de leden boven het hoofd begon te groeien, was ook bepalend voor de beslissing niet mee te gaan in de snelle weg naar populariteit. "Een paar jaar terug kon ik het niet meer aan. Ineens moesten we honderddertig optredens per jaar doen, tegen de negentig die we voorheen altijd deden. Negentig is nog leuk om te doen. Die veertig concerten extra waren alleen maar nodig om de dure geluidsapparatuur te kunnen betalen die door mensen om ons heen werd aangeschaft. Waanzin. Wil je in een bandje omdat je geen baan wilt, word je ineens de boekhouder van de popmuziek. Nu zijn we weer 'gewoon' een bandje. Voor een zaal met honderd mensen die klappen als je opkomt."

Vriend en drummer Leo Kenter gaf er twee jaar geleden de brui aan. Hij kon de motivatie niet meer opbrengen om nog voor ieder optreden naar een jeugdsoos in de polder af te reizen en tegen de uitbater te liegen dat de macaroni lekker is. "Vooral die macaroni", lacht De Leeuw. "Leo begon die dingen eromheen steeds vervelender te vinden. Ik niet. Ik vind het nog steeds geweldig om naar een jeugdhonk te rijden. Ik heb gemerkt dat ik zonder groot succes kan. Ik meet mijn succes niet af aan een grote of een kleine zaal waarin we spelen. Ik put mijn bevrediging uit het optreden. Vroeger kon ik alleen genieten als het publiek het goed vond. Nu is dat ook nog wel zo, maar ik kan ook genieten van wat we zelf doen op het podium, als het muzikaal goed zit. Ik ben heel gelukkig met onze laatste CD."

STUDIO
Voor die nieuwe CD heeft de band maanden in de studio gezeten. 'Dichterbij Dan Ooit' is de eerste CD (op een 'best of'-album na) sinds Kenter de band verliet. De nieuwe bezetting (behalve een nieuwe drummer ook een extra toetsenist) resulteerde in een nieuw geluid. Door de wisseling van de wacht zijn de vaste verhoudingen in de band omgegooid. Ineens is er ruimte voor nieuwe experimenten. "Het eindresultaat is muzikaler geworden, een voller geluid. Op onze vorige platen vraten het geluid van de bas, de gitaar en de drums aan elkaar. Iedereen gaf zich voor honderd procent. Zoiets werkt wel goed op het podium, tijdens een concert, maar niet tijdens een plaatopname in de studio. Het klinkt dan alsof er teveel op één plek gebeurt. Dat is nu opgelost. We hebben geleerd dat het soms beter is een stapje terug te doen. Als we nu in een nummer de muziek willen laten kantelen, geeft iedereen afzonderlijk nog maar twintig procent extra. Daardoor wordt het geheel honderd procent en klinkt het gewoon beter, minder rauw. Na vijftien jaar hebben we iets nieuws ontdekt in onszelf: hoe je in een studio moet spelen. Dat geeft zo'n kick! Door die muzikale ontdekking kunnen we nog jaren vooruit. Ik ben nu alweer benieuwd naar de volgende plaat." Zich verder bekwamen als muzikant, dat is de kant die De Leeuw op wil. De keuze zich helemaal te geven voor de band heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Of zoals hij het bezingt op de CD:

'Voor de jongen die hier vroeger heeft gewoond
met duizend dromen over later, straks en ooit
Mijn schamel excuus is dat straks nooit is gekomen
en dat ik al zijn dromen heb vergooid'

"Ja, ik ben het jongetje, in mezelf verloren, met onbevangen blik. Toch is het niet iets waar ik ongelukkig over ben. Dat stadium ben ik voorbij. Het is de gang der dingen. Ik ben nu 36 en zit in een bandje. Dat is nu veel definitiever dan toen ik twintig was. Toen speelde ik wel in een bandje, maar wilde ook profvoetballer worden. En professor in de geschiedenis leek me ook wel leuk. Maar je kunt niet alles vrijblijvend blijven doen. Je moet keuzes maken. De veilige plek is voor altijd buitenstaander blijven en niet in het diepe te springen. Dan sta je voor altijd te wachten en te gniffelen om hen die wel in het diepe durven en nat worden. Zelf blijf je op het droge, maar je bent wel een sukkel. Op een zeker moment moet je dat water in. Je sluit heel veel mogelijkheden uit als je springt, maar je kunt niet alles vrijblijvend blijven doen. Zes-en-der-tig! Ik zit al op de helft van m'n leven, misschien zelfs al over de helft. Je kunt niet blijven dromen motorcoureur te worden, historicus, popartiest en op zondag ook nog eens spits van Vitesse. Dat is triest. Slechts één ding is triester: helemaal geen dromen hebben."

BEPERKINGEN
Keuzes maken. Hij noemt het de noodzakelijke beperkingen van het leven. "Daar kan ik nu de schoonheid wel van inzien. Ik denk niet dat ik dat vijftien jaar geleden had kunnen zeggen. Maar je moet realistisch zijn. Wat ik nu heb, daar droomde ik wel van, maar is toch meer dan ik had durven hopen. Twintig jaar geleden zag ik The Jam in Paradiso. Ik dacht: 'Wauw, als je daar toch eens zou kunnen staan, voor een vol Paradiso'. En zes jaar geleden stonden we er ineens zelf. Dat is echt heel fijn. Ik ben dan ook niet bang ouder te worden. Als ik terugkijk op mijn leven, merk ik dat er een stijgende lijn in zit. Op mijn vijftiende zat ik op een kostschool en was ik dood. Ik dacht dat ik nooit door die omheining heen zou breken. Op mijn twintigste brak ik er doorheen en speelde in een rockband, maar ik voelde me miskend. Rond mijn 25ste kwam het eerste succes, maar was ik nóg niet erg gelukkig. Op mijn dertigste voelde ik me opgesloten in het circus van dat succes. En nu gaat het prima."

"Ik heb geleerd dat een stapje terug je verder kan helpen. Niet alleen muzikaal, maar ook in je dromen en verwachtingen van het leven. Je wensen verschuiven naar een ander niveau. Ik had duizend dromen. Maar die ene droom, daar moet je voor gaan. Maar makkelijk is die sprong niet geweest. Als je in het diepe springt, heb je het gevoel dat je verzuipt. Je zakt eerst naar de bodem en komt langzaam boven. In sommige opzichten ben ik nu pas boven gekomen. Als zanger ben ik nu pas boven. Dit is de eerste plaat waarover ik tevreden ben met mijn stem. Als bandlid was ik tien jaar geleden al boven, toen we voor het eerst op het Noorderslag-festival speelden. En op het persoonlijk vlak... Je moet voortdurend blijven trappelen om niet te verzuipen. Eens in de zoveel tijd wordt het allemaal te benauwd en denk je dat je kopje onder gaat."

'Voor de jongen die ik vroeger achterliet
die met grote ogen in zijn eigen verte staart
Mijn schamel excuus, maar één gewaagde kans
is al die dromen meer dan waard'

Even stokt de spraakwaterval. De Leeuw kijkt eens voor zich uit. "Als je niet kiest, wordt het niets met je leven", vervolgt hij. "Dan word je een loser, blijf je jezelf een miskend talent voelen. Eén gewaagde kans is al die dromen meer dan waard. Ik heb jaren met Thé Lau van The Scene in het café zitten lullen over alles wat er mis was met de wereld en in de muziek. Dat was een fijne tijd. Maar het werd pas echt fijn toen we ook gelijk kregen. Toen we volle zalen trokken en platen verkochten. Op een gegeven moment moet je doorkrijgen dat je weinig anders doet dan in een café zitten lullen. Als je de wereld aan je voeten wilt, moet je er wat aan doen."

'KEES DE JONGEN'
Op de nieuwe CD laten De Leeuw en Kenter (die nog wel meeschrijft aan de teksten) hun liefde nog eens blijken voor de roman 'Kees De Jongen' van Theo Thijssen. Iets wat ze al eerder deden met de single 'Kom Terug Rosa'. "Ik heb het boek al meerdere malen herlezen. Het is zóóó prachtig. Als je jong bent, denk je: 'Kees, dat ben ik'. Maar als je ouder bent, herken je je nog steeds in de hoofdpersoon. Het boek groeit met je mee. Dat is iets wat wij ook met onze teksten proberen. Daarom wil ik niet dat de liedjes alleen over autobiografische dingen gaan, maar die persoonlijke gevoelens of voorvallen veralgemeniseren. We willen alleen een gemoedstoestand onder woorden brengen. Dat leidt ertoe dat veel mensen zich in onze teksten herkennen."

"Zo was er eens een meisje dat meerdere brieven opstuurde waarin ze schreef dat onze teksten over háár gingen. Ze wilde weten hoe wij zoveel over haar te weten waren gekomen. Ze ondertekende haar brieven niet, want we wisten toch wel wie ze was. Zoiets is heel eng. Dan komt het te dichtbij. Het is eigenlijk ook heel raar. Want onze teksten gaan over een man van onze eigen leeftijd. Ik kan me niet anders voordoen dan ik ben. Ik kan nu niet meer dezelfde dingen schrijven als vijftien jaar geleden. Daarmee loop je het risico dat je geen nieuw, jong publiek meer aan je bindt. Maar ik ben geen Mick Jagger, die op zijn vijftigste nog zingt dat-ie je in the ass wil fucken. Dan denk ik: lul, je kinderen zitten op een hartstikke dure kostschool. Hij is onecht. Zo iemand probeert krampachtig jong te blijven en verwordt tot een karikatuur van zichzelf."

Hoewel zijn woorden misschien anders doen vermoeden, voelt hij zich allesbehalve oud. Niet alleen omdat 36 natuurlijk helemaal niet oud is, maar ook omdat het rocken voor hem nog net iets te leuk is, de kroeg nog net iets te gezellig. Het vaderschap heeft hem allerminst bezadigder gemaakt. "Mijn kinderen hebben me niet veranderd. Ook al ben je vaak aan het toeren door het land, toch kun je een goede vader zijn. Ik probeer een betere vader te zijn dan mijn vader voor mij was. Niet dezelfde fouten te maken. Als één van mijn zoons later gelukkig wordt door uitbater te worden van een snackbar in Diemen, dan moet hij dat vooral doen. Ik zal hem bijvoorbeeld niet dwingen om een kwast te pakken en zich te storten in de kunst. Als je gelukkig wordt in datgene wat je voor ogen staat, dan is het goed. Dan is het leven in orde." «

HET KOMT ALTIJD WEER GOED (FRET, Roland Wetzels, april 1997)

De nieuwe CD van de Tröckener Kecks heet 'Dichterbij Dan Ooit'. Een inspirerende titel, want een vernieuwde bezetting, een nieuwe producer en een plaat die als 'melancholiek' wordt omschreven wekken de nodige nieuwsgierigheid. Voeg daarbij een semi-akoestische tour langs grand-cafés en de aanwezigheid op een verzamel-CD van punklabel Epitaph en er valt heel wat uit te leggen. Bassist Theo Vogelaars doet het één en ander uit de doeken.

"We hebben in drie weken tijd negen optredens gedaan in grand-cafés en in 'Paradiso'. Die tour is gesponsord door Marlboro. Sigarettenmerken mogen in Nederland steeds minder reclame maken in bladen en bioscopen, daarom hebben ze een overschot op hun reclamebudget en nemen ze hun toevlucht tot het sponsoren van bijvoorbeeld popconcerten. In België wordt dat al veel langer gedaan. Ze betalen in feite alles en krijgen daarvoor publiciteit en goodwill terug. Voor deze tour hebben we bekende Nederlandstalige nummers als 'De Glimlach Van Een Kind', 'Ben Ik Te Min', 'Alie' en 'Het Dorp' in een modern jasje gestoken. Eén van die nummers, 'Meisjes' van Raymond van het Groenewoud, vonden we zo geslaagd dat we hem op de nieuwe plaat hebben gezet."

"We hebben in het verleden wel vaker covers opgenomen. Het idee voor deze tour kwam van het reclamebureau van Marlboro, je moet het verder ook helemaal los zien van onze normale bezigheden. Ze hadden ons al eerder voor zoiets gevraagd, maar toen ging het om allemaal covers van Boudewijn de Groot. Dat zagen we niet zo zitten, want er was al een tribute-plaat met nummers van hem, dus dat was een beetje veel van het goede. Wij stelden toen voor om onbekende Vlaamse covers te spelen, omdat we veel in België spelen, maar dat was commercieel en publicitair niet aantrekkelijk genoeg. Zo zijn we uitgekomen op een bloemlezing van Nederlandse liedjes. Dat viel niet altijd mee. We wilden bijvoorbeeld graag Ramses Shaffy doen, maar daar valt geen behoorlijke popmuziek van te brouwen. Om met werk van anderen aan de slag te gaan en er iets van jezelf in te stoppen is erg leerzaam. Een hoop liedjes die je altijd verafschuwde blijken ineens wél interessant te zijn! Verder was het aardig om in grand-cafés te spelen. Dat zijn plekken waar je met de band anders nooit komt. Daarnaast is het leuk voor onze grote groep vaste fans om ons eens op een andere manier aan de slag te zien. Die ongebruikelijke locaties versterken dat effect nog."

DERTIGERS
Het publiek van de Kecks komt voornamelijk van buiten Amsterdam. Uit de hoofdstedelijke 'scene' komen niet veel mensen kijken, behalve wat bekenden en collega's. De band heeft er ook weinig contacten. "Behalve ik gaat er bijna niemand meer naar een band kijken, we volgen dat niet meer zo goed. Ons publiek bestaat voor een groot deel uit dertigers, maar er is ook wel jonge aanwas. Maar als ik op Noorderslag rondloop valt me we op dat dat publiek een stuk jonger is dan bij ons. Dat heeft ook weer te maken met het feit dat de bandjes daar ook allemaal jong zijn. Kijk, wij zijn al zestien jaar bezig, dan houd je waarschijnlijk toch een groot deel van je publiek vast. Er zijn er die ons al bijna al die tijd volgen, ook al zijn we steeds minder punk geworden. Zelf luister ik nog wel veel naar punk, maar de muziek van de Kecks wordt steeds rustiger."

"Sommigen vinden het ouwe lullen-muziek en dat kan ik wel een beetje begrijpen, ik zou het zelf ook wel een beetje hebben. Waarom ik dan wel 'Het Dorp' van Wim Sonneveld sta te spelen? Het gaat om de energie en de emotie die je over wilt brengen. Het gaat niet alleen om waar ik zelf van houd. We zijn tenslotte met zijn vijven. Het ruige gedeelte in onze muziek wordt vaak wat aangedikt door mij, terwijl anderen weer een grotere rol hebben in de rustigere stukken. Het is die verscheidenheid die ons maakt tot wat we zijn. Het zou best kunnen dat onze verschijning een stuk ruiger is dan wat we brengen, maar we spelen wel met veel energie, ja. Veel lichamelijke energie, dat hebben we altijd gedaan, daar sta je niet bij stil. Qua uiterlijk zijn we ook weinig veranderd, dat komt omdat we gewoon kleren dragen waar we ons lekker in voelen. Ik kleed me niet speciaal om voor een optreden, ik sta er zoals ik ben."

Het Kecks-publiek mag dan wat ouder en bezadigder zijn geworden, de adoratie gaat nog steeds heel ver. Zo worden er voor het oude, in eigen beheer uitgegeven plaatwerk uit de beginjaren forse bedragen neergeteld. "Vorige week kwam ik iemand tegen die voor 'Schliessbaum' (de eerste LP uit 1981) honderdvijftig en voor 'Rik Ringers' (de eerste single) zestig gulden had betaald op een beurs. Van die platen zijn er destijds maar duizend gemaakt, dus... We hebben onlangs de tweede LP op CD uitgebracht. Daar ben ik lang mee bezig geweest, want de rest van de band was er eigenlijk tegen. Van de ene kant omdat het veel geld ging kosten en van de andere kant uit artistieke overwegingen. Maar de fans wilden het graag, dus hebben we een actie verzonnen. Als er 250 fans een girobetaalkaart van vijfentwintig gulden opstuurden hadden wij het geld om die CD's te maken én hadden we ze tegelijkertijd terugverdiend. Van de vijfhonderd die we overhielden hebben we er bij de laatste vier optredens al bijna tweehonderd verkocht."

PUNK
Maar de eerste Kecks-albums waren keiharde punkplaten. Is het publiek van nu daar dan in geďnteresseerd? "Nou ja, punk. Zo wil ik het niet echt noemen. Het was heftig en de teksten waren wat wilder. Maar punk wil ik het niet noemen. We waren ook geen politieke band, meer iets in de richting van The Buzzcocks en The Undertones. Ik noem dat niet echt punk. The Sex Pistols en Sham 69, dat was punk. In de Marlboro-folder stond dat de Kecks 'hun helden' speelden. Dat is ook onzin, reclametaal... Onze helden kwamen niet uit Nederland. We zingen wel in het Nederlands, dat was voor mij de voorwaarde om de band te beginnen. Leo (Kenter, de inmiddels opgestapte drummer) maakte het niet zoveel uit. Rick wilde het ook wel maar wist niet precies hoe het moest, maar ik wilde het persé. Waarom? Ik kan me herinneren dat ik destijds alle Nederlandstalige muziek die ik hoorde zo slecht vond. Ik had het gevoel dat het ook goed kon. Het gekke is dat Leo, die er het minst achter stond, de beste teksten bleek te schrijven. Ik ken nog steeds geen betere in Nederland. Die teksten geven ons een meerwaarde."

Een paar jaar geleden werd pianist Rob van Zandvoort aan de band toegevoegd, in de eerste instantie voor drie maanden op proef. "Hij was net uit The Jack Of Hearts gestapt en was een café begonnen, dus we dachten dat hij er zijn buik van vol had. Maar hij was enthousiast en bleef maar in de auto stappen. We wisten niet echt goed wat we ermee aan moesten, totdat Leo stopte met drummen. Daardoor veranderde er van alles in de band en werd er in de muziek ruimte voor hem gemaakt. Het verschil kun je goed horen als je 'Hotel Nostalgia', waarop we de oude succesnummers opnieuw speelden en waar de piano moest worden ingepast, vergelijkt met de nieuwe plaat. Verder is Rob als persoon een aanwinst voor de sfeer, dat is ook belangrijk. Je maakt niet alleen muziek, je zit ook avond aan avond met elkaar in de bus en in de kleedkamer."

De nieuwe CD werd niet geproduceerd door Thé Lau maar door Attie Bauw, bekend van zijn werk met The Nits, Gorefest, Dulfer, Judas Priest en The Scorpions. "We hebben acht jaar met Thé gewerkt. Die raakte zo met de band vergroeid dat hij ons werk niet meer als buitenstaander kon benaderen. Het is belangrijk dat iemand van buitenaf knopen kan doorhakken. Binnen de band zijn we allemaal gelijk. Ik kan de drummer niet vertellen wat hij moet doen. Met Attie ging dat heel goed. Hij stond boven de band en bovendien is hij een erg goede geluidstechnicus, hij heeft er een erg volwassen plaat van gemaakt. De wat zwakkere composities kunnen makkelijk mee met de rest omdat het allemaal zo mooi klinkt. Als het geluid wat rammelt valt een zwakker nummer sneller door de mand. Door de nieuwe bezetting klinkt het ook allemaal een stuk breder en gevarieerder. De verhouding hard-zacht is ongeveer fifty-fifty en het valt vooral veel mensen op dat we nogal melancholisch klinken. De teksten gaan ook over herinneringen en mensen die je twintig jaar geleden hebt gekend."

SERIEUS NEMEN
Over niet al te lange tijd bestaan de Tröckener Kecks twintig jaar. Destijds begonnen ze een bandje om makkelijk aan bier te komen, nu is het een bedrijfje waarmee ze hun brood verdienen. Wanneer komt in een band het moment dat je het serieus gaat nemen en hoe ga je dan tegen de dingen aankijken? "In het begin wilden we alleen maar lol hebben, met inbegrip van de daaraan verbonden dogma's: de versterkers moesten op tien en we speelden geen mineur-akkoorden. Of je gitaar gestemd was maakte niet uit, zolang je je koffie maar zwart dronk. Optreden was een excuus om bier te drinken. Totdat Rick een erfenisje kreeg en we van dat geld een plaatje opnamen. Al gauw werden de optredens en de bezoekersaantallen steeds talrijker. Maar pas in 1987 - we deden al zo'n honderd optredens per jaar - zijn we onszelf uit gaan betalen. Honderd gulden per optreden, net zoveel als de crew. Nu is dat wat meer. Als ze me vijftien jaar geleden hadden verteld dat het mijn broodwinning zou worden had ik ze voor gek verklaard! Dat was out of the question, het was een hobby."

Lange tijd brachten de Tröckener Kecks hun platen uit in eigen beheer. In 1990 ging de groep overstag en tekende bij Ariola. De eerste single 'Met Hart En Ziel' werd meteen een dikke hit. Het succes kreeg echter geen vervolg. Met veel bombarie kondigde de groep op een gegeven moment zelfs aan geen singles meer te zullen uitbrengen. "We dachten dat onze platenmaatschappij ons serieus nam, maar ze wilden ons ombouwen tot een hitfabriek. Dat zagen we niet zitten, maar we konden niet tegen ze op. Niet dat we iets tegen singletjes hebben - we hadden er voor die tijd al een stuk of vijfentwintig gemaakt - maar niet op die manier. Bovendien was de radio in die tijd zo belabberd dat we daar liever niet in terechtkwamen. We werden naar programma's als 'Veronica's Countdown' gesleurd. Op een gegeven moment had ik het idee dat dit mijn bandje niet meer was. Bij de optredens ging het ook fout, want de ene helft van de mensen kwam voor ons en de andere helft kwam om het hitje te horen. Wat kun je dan nog doen? Tegengas geven en geen singles meer uitbrengen. We kregen een mooie brief van Ariola dat ze niet meer geďnteresseerd waren. Ze willen tenslotte grote bands die veel platen verkopen."

Onlangs bracht het punklabel Epitaph een verzamel-CD uit met Nederlandse punkbands van het eerste uur. De Kecks staan er ook op, maar ze werden niet gevraagd om op te treden bij de presentatie van de CD in 'De Melkweg', terwijl ze de enige band op de CD zijn die nog bestaat. "Ze raapten allerlei bandjes van vroeger bij elkaar, maar ons vroegen ze niet. Vreemd. Ik ben wel op die avond geweest en het was erg leuk. Die hele ouwe kliek weer bij elkaar. Vooral de Nitwitz vond ik erg goed. Maar het was wel allemaal voltooid verleden tijd. Laatst kwam er in Enschede iemand naar me toe die zei dat hij een boek ging schrijven dat 'Alle Mannen Zijn Klootzakken' ging heten. Eén van de personages wilde hij Theo noemen! Hij wilde er ook een punkplaat bij uitgeven en vroeg of wij die wilden maken. Ik heb nee gezegd, want we kunnen dat niet meer. Als wij nu een punkplaat zouden maken werd dat een parodie. Daar moet je heel erg mee oppassen. Met die covers zat dat gevaar er ook in, maar daar zijn we heel respectvol mee omgegaan. Ik zou nog wel punk kunnen en willen spelen, maar niet met de Kecks. De muziek die we nu maken is misschien niet helemaal mijn muziek, maar ik kan me er erg goed in vinden. Ik heb er mijn aandeel in en kan er mijn gevoel in kwijt. Ik heb ook nooit in een andere band gespeeld. Door de Kecks ben ik gevormd en daar ben ik tevreden mee. Hoe lang ik er nog mee kan doorgaan weet ik niet, daar houd ik me niet mee bezig. We hebben alleen een afspraak binnen de band dat we geen pensioen op gaan bouwen."

Dichterbij Dan Ooit