![]() |
||
| Recensies en interviews van het album Dichterbij Dan Ooit, alle uitgewerkt door Tim (nederrock.nl)
ALLES OP TIEN (1997)
OOR (1997)
VERONICA-GIDS (1997)
FRET (1997)
ALLES OP
TIEN (Han van den Essenburg, juni 1997) Het heeft een tijd geduurd, maar eindelijk is hij er dan: de nieuwe CD van Nederlands gretigst
spelende band, Tröckener Kecks. 'Dichterbij Dan Ooit' is een frisse plaat geworden en laat een herboren band horen. Jaren
deden de Kecks alles zelf maar daarin hadden ze voor zichzelf het maximale bereikt. Het werd tijd voor een buitenstaander met een
frisse blik. Producer Attie Bauw bleek geknipt voor de taak en gezamenlijk begon men aan een heuse productie. Het resultaat
liegt er niet om. Met een verse CD op zak stroopt de band de zalen weer af en doet waar ze het beste in is... optreden. Een
gesprek met Rick de Leeuw en z'n band.
"Toen onze vorige drummer Leo Kenter stopte hadden we zoiets van: dit is het einde van de
Kecks. Maar Leo wou wel graag doorgaan als tekstschrijver maar niet als drummer. Hij had een vrouw en kind en vond het optreden
niet fijn meer. Op deze plaat heeft hij ook meegeschreven. Hij zit nu op de schrijversvakschool. Wij vonden dat een legitieme
manier om door te gaan. Met onze nieuwe drummer is het voor mijals bassist een hele verandering. Leo was meer een punkdrummer,
heel erg voor in de tel spelen, Gerben speelt meer achterin. Je moet je hele spelstijl daarop aanpassen." TERUG NAAR DE BASIS WISSELOORD GESTRIPT
(BRON ONBEKEND) (Hans van Soest, juni 1997)
Rick de Leeuw heeft geleerd dat je niet gelukkig wordt door al je dromen achterna te hollen, omdat je er toch maar één kunt vangen. Maar die moet je dan ook niet uit je handen laten vallen. En na de vangst niet achterover leunen. Dat doet de zanger van de Tröckener Kecks ook niet op de
nieuwste CD 'Dichterbij Dan Ooit'. Een gesprek over geluk op verschillende niveaus. Het verhaal van Rick de Leeuw is het verhaal van de jongen die na de dood van zijn moeder op een
kostschool in Heemstede terechtkwam. Een plek waar hij doodongelukkig was, waar hij werd gewrongen in een keurslijf dat
hem niet paste. Een jongen die de knellende banden van het bestaan wilde doorbreken en ervan droomde een beroemd voetballer
te worden. Of popartiest natuurlijk. In 1980 begon hij samen met zijn vriend Leo Kenter de Tröckener Kecks. Hij wilde de wereld
aan zijn voeten. Maar het verhaal van Rick de Leeuw is niet alleen het verhaal van die jongen. Hij is nu 36, is inmiddels
getrouwd, heeft twee kinderen en een nieuwe plaat. De negende, de tiende? "Ik weet het echt niet meer", zegt hij. En die
wereld aan zijn voeten? Die wil hij nog steeds. Maar niet meer tegen elke prijs. "De weg naar roem en geluk is een weg vol voetangels en klemmen. Je kunt ook een makkelijke
weg kiezen, maar die is niet leuk. Het zou wel kunnen, hoor. Als ik vanmiddag bel, zit ik morgen in het panel van Waku Waku. Maar
dat is niet de weg voor de Tröckener Kecks. Niet meer op een promotieboot samen met Whitney Houston en Lee Towers. De weg die
je niet wilt gaan is makkelijk aan te geven. Maar de weg die je wel wilt gaan, die is moeilijker te vinden. Het heeft jaren
geduurd voor we het wisten. In de tijd na onze hitsingle 'Met Hart En Ziel' werden er allemaal dingen om ons heen geregeld.
Onze populariteit was sterk groeiende. Iedereen trok aan ons. Toen onze platenmaatschappij ons dwong een nummertje te
playbacken in een televisieshow, hebben we er een punt achter gezet. Nu ben ik blij dat we toen niet mee zijn gegaan in die
draaikolk van smakeloosheid. De vraag is: ben je graag beroemd of maak je graag de muziek die je zelf mooi vindt? Dan maar niet
beroemd." WAANZIN Vriend en drummer Leo Kenter gaf er twee jaar geleden de brui aan. Hij kon de motivatie niet meer
opbrengen om nog voor ieder optreden naar een jeugdsoos in de polder af te reizen en tegen de uitbater te liegen dat de
macaroni lekker is. "Vooral die macaroni", lacht De Leeuw. "Leo begon die dingen eromheen steeds vervelender te
vinden. Ik niet. Ik vind het nog steeds geweldig om naar een jeugdhonk te rijden. Ik heb gemerkt dat ik zonder groot succes
kan. Ik meet mijn succes niet af aan een grote of een kleine zaal waarin we spelen. Ik put mijn bevrediging uit het optreden.
Vroeger kon ik alleen genieten als het publiek het goed vond. Nu is dat ook nog wel zo, maar ik kan ook genieten van wat we zelf
doen op het podium, als het muzikaal goed zit. Ik ben heel gelukkig met onze laatste CD." STUDIO 'Voor de jongen die hier vroeger heeft gewoond "Ja, ik ben het jongetje, in mezelf verloren, met onbevangen blik. Toch is het niet iets waar
ik ongelukkig over ben. Dat stadium ben ik voorbij. Het is de gang der dingen. Ik ben nu 36 en zit in een bandje. Dat is nu
veel definitiever dan toen ik twintig was. Toen speelde ik wel in een bandje, maar wilde ook profvoetballer worden. En professor in
de geschiedenis leek me ook wel leuk. Maar je kunt niet alles vrijblijvend blijven doen. Je moet keuzes maken. De veilige plek
is voor altijd buitenstaander blijven en niet in het diepe te springen. Dan sta je voor altijd te wachten en te gniffelen om
hen die wel in het diepe durven en nat worden. Zelf blijf je op het droge, maar je bent wel een sukkel. Op een zeker moment moet
je dat water in. Je sluit heel veel mogelijkheden uit als je springt, maar je kunt niet alles vrijblijvend blijven doen. Zes-en-der-tig!
Ik zit al op de helft van m'n leven, misschien zelfs al over de helft. Je kunt niet blijven dromen motorcoureur te worden,
historicus, popartiest en op zondag ook nog eens spits van Vitesse. Dat is triest. Slechts één ding is triester: helemaal
geen dromen hebben." BEPERKINGEN "Ik heb geleerd dat een stapje terug je verder kan helpen. Niet alleen muzikaal, maar ook
in je dromen en verwachtingen van het leven. Je wensen verschuiven naar een ander niveau. Ik had duizend dromen. Maar
die ene droom, daar moet je voor gaan. Maar makkelijk is die sprong niet geweest. Als je in het diepe springt, heb je het
gevoel dat je verzuipt. Je zakt eerst naar de bodem en komt langzaam boven. In sommige opzichten ben ik nu pas boven gekomen.
Als zanger ben ik nu pas boven. Dit is de eerste plaat waarover ik tevreden ben met mijn stem. Als bandlid was ik tien jaar
geleden al boven, toen we voor het eerst op het Noorderslag-festival speelden. En op het persoonlijk vlak... Je moet voortdurend
blijven trappelen om niet te verzuipen. Eens in de zoveel tijd wordt het allemaal te benauwd en denk je dat je kopje onder gaat." 'Voor de jongen die ik vroeger achterliet Even stokt de spraakwaterval. De Leeuw kijkt eens voor zich uit. "Als je niet kiest, wordt
het niets met je leven", vervolgt hij. "Dan word je een loser, blijf je jezelf een miskend talent voelen. Eén gewaagde
kans is al die dromen meer dan waard. Ik heb jaren met Thé Lau van The Scene in het café zitten lullen over alles wat er mis
was met de wereld en in de muziek. Dat was een fijne tijd. Maar het werd pas echt fijn toen we ook gelijk kregen. Toen we volle
zalen trokken en platen verkochten. Op een gegeven moment moet je doorkrijgen dat je weinig anders doet dan in een café zitten
lullen. Als je de wereld aan je voeten wilt, moet je er wat aan doen." 'KEES DE JONGEN' "Zo was er eens een meisje dat meerdere brieven opstuurde waarin ze schreef dat onze teksten
over háár gingen. Ze wilde weten hoe wij zoveel over haar te weten waren gekomen. Ze ondertekende haar brieven niet, want we
wisten toch wel wie ze was. Zoiets is heel eng. Dan komt het te dichtbij. Het is eigenlijk ook heel raar. Want onze teksten gaan
over een man van onze eigen leeftijd. Ik kan me niet anders voordoen dan ik ben. Ik kan nu niet meer dezelfde dingen
schrijven als vijftien jaar geleden. Daarmee loop je het risico dat je geen nieuw, jong publiek meer aan je bindt. Maar ik ben
geen Mick Jagger, die op zijn vijftigste nog zingt dat-ie je in the ass wil fucken. Dan denk ik: lul, je kinderen zitten op een
hartstikke dure kostschool. Hij is onecht. Zo iemand probeert krampachtig jong te blijven en verwordt tot een karikatuur van
zichzelf." Hoewel zijn woorden misschien anders doen vermoeden, voelt hij zich allesbehalve oud. Niet
alleen omdat 36 natuurlijk helemaal niet oud is, maar ook omdat het rocken voor hem nog net iets te leuk is, de kroeg nog net
iets te gezellig. Het vaderschap heeft hem allerminst bezadigder gemaakt. "Mijn kinderen hebben me niet veranderd. Ook al ben
je vaak aan het toeren door het land, toch kun je een goede vader zijn. Ik probeer een betere vader te zijn dan mijn vader voor mij
was. Niet dezelfde fouten te maken. Als één van mijn zoons later gelukkig wordt door uitbater te worden van een snackbar in
Diemen, dan moet hij dat vooral doen. Ik zal hem bijvoorbeeld niet dwingen om een kwast te pakken en zich te storten in de
kunst. Als je gelukkig wordt in datgene wat je voor ogen staat, dan is het goed. Dan is het leven in orde." «
HET KOMT ALTIJD WEER GOED
(FRET, Roland Wetzels, april 1997)
De nieuwe CD van de Tröckener Kecks heet 'Dichterbij Dan Ooit'. Een inspirerende titel, want
een vernieuwde bezetting, een nieuwe producer en een plaat die als 'melancholiek' wordt omschreven wekken de nodige
nieuwsgierigheid. Voeg daarbij een semi-akoestische tour langs grand-cafés en de aanwezigheid op een verzamel-CD van punklabel
Epitaph en er valt heel wat uit te leggen. Bassist Theo Vogelaars doet het één en ander uit de doeken. "We hebben in drie weken tijd negen optredens gedaan in grand-cafés en in 'Paradiso'. Die
tour is gesponsord door Marlboro. Sigarettenmerken mogen in Nederland steeds minder reclame maken in bladen en bioscopen,
daarom hebben ze een overschot op hun reclamebudget en nemen ze hun toevlucht tot het sponsoren van bijvoorbeeld popconcerten. In
België wordt dat al veel langer gedaan. Ze betalen in feite alles en krijgen daarvoor publiciteit en goodwill terug. Voor
deze tour hebben we bekende Nederlandstalige nummers als 'De Glimlach Van Een Kind', 'Ben Ik Te Min', 'Alie' en 'Het Dorp' in
een modern jasje gestoken. Eén van die nummers, 'Meisjes' van Raymond van het Groenewoud, vonden we zo geslaagd dat we hem op
de nieuwe plaat hebben gezet." "We hebben in het verleden wel vaker covers opgenomen. Het idee voor deze tour kwam van het
reclamebureau van Marlboro, je moet het verder ook helemaal los zien van onze normale bezigheden. Ze hadden ons al eerder voor
zoiets gevraagd, maar toen ging het om allemaal covers van Boudewijn de Groot. Dat zagen we niet zo zitten, want er was al
een tribute-plaat met nummers van hem, dus dat was een beetje veel van het goede. Wij stelden toen voor om onbekende Vlaamse
covers te spelen, omdat we veel in België spelen, maar dat was commercieel en publicitair niet aantrekkelijk genoeg. Zo zijn we
uitgekomen op een bloemlezing van Nederlandse liedjes. Dat viel niet altijd mee. We wilden bijvoorbeeld graag Ramses Shaffy doen,
maar daar valt geen behoorlijke popmuziek van te brouwen. Om met werk van anderen aan de slag te gaan en er iets van jezelf in te
stoppen is erg leerzaam. Een hoop liedjes die je altijd verafschuwde blijken ineens wél interessant te zijn! Verder was
het aardig om in grand-cafés te spelen. Dat zijn plekken waar je met de band anders nooit komt. Daarnaast is het leuk voor onze
grote groep vaste fans om ons eens op een andere manier aan de slag te zien. Die ongebruikelijke locaties versterken dat effect
nog." DERTIGERS "Sommigen vinden het ouwe lullen-muziek en dat kan ik wel een beetje begrijpen, ik zou het
zelf ook wel een beetje hebben. Waarom ik dan wel 'Het Dorp' van Wim Sonneveld sta te spelen? Het gaat om de energie en de emotie
die je over wilt brengen. Het gaat niet alleen om waar ik zelf van houd. We zijn tenslotte met zijn vijven. Het ruige gedeelte
in onze muziek wordt vaak wat aangedikt door mij, terwijl anderen weer een grotere rol hebben in de rustigere stukken. Het is die
verscheidenheid die ons maakt tot wat we zijn. Het zou best kunnen dat onze verschijning een stuk ruiger is dan wat we
brengen, maar we spelen wel met veel energie, ja. Veel lichamelijke energie, dat hebben we altijd gedaan, daar sta je
niet bij stil. Qua uiterlijk zijn we ook weinig veranderd, dat komt omdat we gewoon kleren dragen waar we ons lekker in voelen.
Ik kleed me niet speciaal om voor een optreden, ik sta er zoals ik ben." Het Kecks-publiek mag dan wat ouder en bezadigder zijn geworden, de adoratie gaat nog steeds
heel ver. Zo worden er voor het oude, in eigen beheer uitgegeven plaatwerk uit de beginjaren forse bedragen neergeteld. "Vorige
week kwam ik iemand tegen die voor 'Schliessbaum' (de eerste LP uit 1981) honderdvijftig en voor 'Rik Ringers' (de eerste single)
zestig gulden had betaald op een beurs. Van die platen zijn er destijds maar duizend gemaakt, dus... We hebben onlangs de tweede
LP op CD uitgebracht. Daar ben ik lang mee bezig geweest, want de rest van de band was er eigenlijk tegen. Van de ene kant omdat
het veel geld ging kosten en van de andere kant uit artistieke overwegingen. Maar de fans wilden het graag, dus hebben we een
actie verzonnen. Als er 250 fans een girobetaalkaart van vijfentwintig gulden opstuurden hadden wij het geld om die CD's
te maken én hadden we ze tegelijkertijd terugverdiend. Van de vijfhonderd die we overhielden hebben we er bij de laatste vier
optredens al bijna tweehonderd verkocht." PUNK Een paar jaar geleden werd pianist Rob van Zandvoort aan de band toegevoegd, in de eerste
instantie voor drie maanden op proef. "Hij was net uit The Jack Of Hearts gestapt en was een café begonnen, dus we dachten
dat hij er zijn buik van vol had. Maar hij was enthousiast en bleef maar in de auto stappen. We wisten niet echt goed wat we
ermee aan moesten, totdat Leo stopte met drummen. Daardoor veranderde er van alles in de band en werd er in de muziek ruimte
voor hem gemaakt. Het verschil kun je goed horen als je 'Hotel Nostalgia', waarop we de oude succesnummers opnieuw speelden en
waar de piano moest worden ingepast, vergelijkt met de nieuwe plaat. Verder is Rob als persoon een aanwinst voor de sfeer, dat
is ook belangrijk. Je maakt niet alleen muziek, je zit ook avond aan avond met elkaar in de bus en in de kleedkamer." De nieuwe CD werd niet geproduceerd door Thé Lau maar door Attie Bauw, bekend van zijn
werk met The Nits, Gorefest, Dulfer, Judas Priest en The Scorpions. "We hebben acht jaar met Thé gewerkt. Die raakte
zo met de band vergroeid dat hij ons werk niet meer als buitenstaander kon benaderen. Het is belangrijk dat iemand van
buitenaf knopen kan doorhakken. Binnen de band zijn we allemaal gelijk. Ik kan de drummer niet vertellen wat hij moet doen. Met
Attie ging dat heel goed. Hij stond boven de band en bovendien is hij een erg goede geluidstechnicus, hij heeft er een erg
volwassen plaat van gemaakt. De wat zwakkere composities kunnen makkelijk mee met de rest omdat het allemaal zo mooi klinkt. Als
het geluid wat rammelt valt een zwakker nummer sneller door de mand. Door de nieuwe bezetting klinkt het ook allemaal een stuk
breder en gevarieerder. De verhouding hard-zacht is ongeveer fifty-fifty en het valt vooral veel mensen op dat we nogal
melancholisch klinken. De teksten gaan ook over herinneringen en mensen die je twintig jaar geleden hebt gekend." SERIEUS NEMEN Lange tijd brachten de Tröckener Kecks hun platen uit in eigen beheer. In 1990 ging de groep
overstag en tekende bij Ariola. De eerste single 'Met Hart En Ziel' werd meteen een dikke hit. Het succes kreeg echter geen
vervolg. Met veel bombarie kondigde de groep op een gegeven moment zelfs aan geen singles meer te zullen uitbrengen. "We
dachten dat onze platenmaatschappij ons serieus nam, maar ze wilden ons ombouwen tot een hitfabriek. Dat zagen we niet zitten,
maar we konden niet tegen ze op. Niet dat we iets tegen singletjes hebben - we hadden er voor die tijd al een stuk of
vijfentwintig gemaakt - maar niet op die manier. Bovendien was de radio in die tijd zo belabberd dat we daar liever niet in
terechtkwamen. We werden naar programma's als 'Veronica's Countdown' gesleurd. Op een gegeven moment had ik het idee dat
dit mijn bandje niet meer was. Bij de optredens ging het ook fout, want de ene helft van de mensen kwam voor ons en de andere
helft kwam om het hitje te horen. Wat kun je dan nog doen? Tegengas geven en geen singles meer uitbrengen. We kregen een
mooie brief van Ariola dat ze niet meer geďnteresseerd waren. Ze willen tenslotte grote bands die veel platen verkopen." Onlangs bracht het punklabel Epitaph een verzamel-CD uit met Nederlandse punkbands van het
eerste uur. De Kecks staan er ook op, maar ze werden niet gevraagd om op te treden bij de presentatie van de CD in 'De
Melkweg', terwijl ze de enige band op de CD zijn die nog bestaat. "Ze raapten allerlei bandjes van vroeger bij elkaar, maar
ons vroegen ze niet. Vreemd. Ik ben wel op die avond geweest en het was erg leuk. Die hele ouwe kliek weer bij elkaar. Vooral de
Nitwitz vond ik erg goed. Maar het was wel allemaal voltooid verleden tijd. Laatst kwam er in Enschede iemand naar me toe die
zei dat hij een boek ging schrijven dat 'Alle Mannen Zijn Klootzakken' ging heten. Eén van de personages wilde hij Theo
noemen! Hij wilde er ook een punkplaat bij uitgeven en vroeg of wij die wilden maken. Ik heb nee gezegd, want we kunnen dat niet
meer. Als wij nu een punkplaat zouden maken werd dat een parodie. Daar moet je heel erg mee oppassen. Met die covers zat dat gevaar
er ook in, maar daar zijn we heel respectvol mee omgegaan. Ik zou nog wel punk kunnen en willen spelen, maar niet met de Kecks. De
muziek die we nu maken is misschien niet helemaal mijn muziek, maar ik kan me er erg goed in vinden. Ik heb er mijn aandeel in
en kan er mijn gevoel in kwijt. Ik heb ook nooit in een andere band gespeeld. Door de Kecks ben ik gevormd en daar ben ik
tevreden mee. Hoe lang ik er nog mee kan doorgaan weet ik niet, daar houd ik me niet mee bezig. We hebben alleen een afspraak
binnen de band dat we geen pensioen op gaan bouwen."
| ||