Nieuwe Revu, interview van 1 maart 2000, door Leon Verdonschot

'Ik verzet me tegen iedere onvermijdelijkheid'

Rick de Leeuw (39) is zanger van de Trckener Kecks. Dit najaar verschijnt zijn romandebuut. Zijn band staat met het nieuwe album '>tk' na jaren van relatieve stilte weer volop in de belangstelling.

Je romandebuut speelt zich af op een kostschool. Toen jij daar na de dood van je ouders zelf terechtkwam, fantaseerde je over een cameraploeg die je leven filmde. Fantaseer eens verder: de ploeg is gearriveerd en wacht op regie-aanwijzingen.
"Let op de klank van de gangen. Ze waren zeker zestig meter lang, met hoge bogen. Als je liep, galmden je voetstappen. Daardoor werd lles groter dan jijzelf. De geur was weeg, de geur van oude mensen. Zowel in tijd, ruimte, geur als klank werd je heel nietig gemaakt.
"Als je 's ochtends wakker werd, begon het gevecht. Iedereen sliep in uniforme hokjes. En meter tachtig hoog, met een bed, wastafel en kast erin. Wanneer iemand zich vijftig meter verderop in de slaapzaal omdraaide, hoorde je dat heel hard. Net als de voetstappen van de surveillanten, het gerinkel van hun sleutelbossen. Het eten was een troosteloze hoop, waar ik pas jaren later een patroon in ontdekte; op vrijdag vis enzo.
"Nee, de kostschool en ik zijn niet als vrienden uit elkaar gegaan. Die denkbeeldige cameraploeg was mijn afweermechanisme. Ik, inmiddels in mijn hoofd een tien jaar oudere gevierd voetballer, liep naar mijn bed en vertelde de cameraman: 'Kijk, hier sliep ik vroeger. Kijk, hier aten wij vroeger. En hier moest je bidden. Belachelijk, maar ja, dat moest toen nog."
Je hebt ooit gezegd dat je toen leek op Kees Bakels, de hoofdpersonage in Theo Thijssens roman 'Kees de Jongen'. Kees vond zichzelf eigenlijk mr dan zijn leeftijdsgenoten. Vond jij dat ook van jezelf?
"Ja, vooral als ik op begrip rekende maar dat niet kreeg. Vanuit een totaal on-katholiek huis kwam ik op een katholieke kostschool. Ik begreep er niks van. Ik vond het muffig, stompzinnig en dom. Ik vind het katholicisme trouwens nog steeds dom. Ik zag die priesters en docenten en dacht: ze zijn knettergek hier. Dat schreef ik ook op briefjes aan mensen die naar buiten gingen. 'Haal me hier weg, ze zijn gek!' Maar mijn medeleerlingen keken me alleen maar niet-begrijpend aan. Waarop ik dacht: zij horen er ook bij! Ook zij zijn gek."
Wanneer veranderde het ideaal van gevierd voetballer in dat van gevierd popster?
"Op 30 september 1977. Toen zag ik The Jam spelen in Paradiso. Die droom van profvoetballer was toen al verschrompeld tot iets heel kleins. Iets dat ik eigenlijk alleen nog maar kon weggooien, maar dat durfde ik niet.
"Tot The Jam was muziek iets voor mensen die niet konden voetballen. Sindsdien is voetbal voor mensen die niet van muziek houden. "Alles wat de kostschool net had, verwachtte ik daarbuiten. Op kostschool zaten alleen jongens, dus buiten verwachtte ik eigenlijk alleen maar wijven. Als je op de kostschool al muziek hoorde, wat het van die melige muziek. Artiesten als Al Stewart. Buiten mest het wel bruisen. En keer heb ik wat zakgeld bij elkaar geschraapt en ben ik gevlucht. Op mijn fiets. Vol verwachting, met een bonzend hart fietste ik naar het centrum van Haarlem. Ik liep een caf binnen en dacht: nu komt het! Maar ik zag alleen oude kerels -waarvan ik nu denk dat ze 20 waren- met lange haren en baarden. En op de achtergrond klonk Hotel California van The Eagles. Totaal gedesillusioneerd ben ik teruggefietst naar mijn kostschool. Het raam stond nog open, niemand had me nog gemist. De enorme teleurstelling van toen hoor ik tot de dag van vandaag terug in Hotel California, dat rampennummer.
"Bij The Jam zag ik dat het anders kon. Die mannen op het podium, dat had ik niet knnen zijn, dat had ik meten zijn! Maar ik was te gelukkig dat het bestond om er jaloers op te zijn. Dit was het, dit was voetbal met gitaren! Alsof ik thuiskwam, maar dan in een huis waar ik nog nooit was geweest."
Toen je begon met de Trckener Kecks heb je jullie belangrijkste doel wel eens geformuleerd: het opheffen van het verschil tussen willen en kunnen. Wat wilden jullie wel, maar konden jullie niet?
"We wilden heel veel, maar konden heel weinig. Als je zo'n gitaar omhing, bleek je nog niet meteen Rick de bink te zijn, nee, daar moest je ook allerlei grepen voor beheersen. Maar ik wilde niet naar de muziekschool om daar eerst blokfluit te leren. Ik wilde aandacht, n."
Tussendoor was je ook nog een tijd remblokzetter bij de Nederlandse Spoorwegen. Jan Marijnissen kan nog steeds enthousiast vertellen over zijn tijd als constructiebankwerker: "Uit niets iets maken, prachtig!" Wat is de variant daarop van een remblokzetter?
"Dat zo'n kuttrein van ets weer niets maakt. Je zet er een remblok in. Je zegt tegen de machinist: 'Wees er zuinig op, want ik bljf niet bezig.' En vijf dagen later is van dat remblok, van dat hele gietijzeren blok een minimaal streepje over en kun je opnieuw beginnen. Het is de totale nutteloosheid. Iets om aan te willen ontsnappen: weg, onder die trein vandaan."
Toen die gedroomde aandacht er eenmaal was, wilde je ook daaraan ontsnappen. Waarom?
"Vanaf 1987 kenden we echt succes. Uitverkochte zalen. We hadden zelfs een heuse dubbel live-lp. Een statussymbool, toch? Heeft Deep Purple immers ook. We waren misschien wel de meest bekende Nederlandse band zonder hit. En toen kregen we er n met Hart en Ziel, maar precies op het verkeerde moment. Het was 1990, de commercile televisie maakte zijn entree. En om een zo'n groot mogelijk publiek te bereiken, gingen ze qua niveau he-le-maal onder aan de ladder zitten. Stonden wij opeens bij Tineke-achtige programma's ons liedje te playbacken. Dt hadden we nooit gewild. We waren er ingetuind!
"Wanneer je als band bekend wilde worden, moest je zorgen dat jouw zanger een bekende Nederlander werd. Dat betekent dat je met allesbehalve je muziek in allesbehalve goede programma's jezelf moest aanstellen. Free publicity, zei onze platenmaatschappij. Gn publicity, zeiden wij. Wat goed is voor Ren Froger, is per definitie slecht voor ons. Ik wil graag beroemd zijn en mijn best doen, maar ik wil niet mezelf en mijn fans verloochenen.
"Ik werd gebeld: of ik Freddie Mercury wilde playbacken. Stel je eens voor dat ik toen 'ja' had gezegd. En je had me gezien, met een nepsnor, of in een smurfenpak van een zeephelling glijdend om een plaat verkopen. Je had nooit meer iets van me gekocht. En terecht. "Maar ik raakte er wel degelijk van in paniek. Heb je zo je best gedaan om ergens te komen, bn je er, blijkt iedereen knettergek. Ging ik weer: 'Ze zijn gek! Haal me hier weg!' Dezelfde paniek als op kostschool."
Je doel, beroemd zijn, bleek niet mogelijk onder je eigen voorwaarden. En in 1995 stapte vervolgens Leo uit de band. Je jeugdvriend, de mede-oprichter van de band. Viel toen je hele alternatief voor de kostschool in duigen?
"Inmiddels begrijp ik Leo wel. Toen niet. Ik dacht: een Keck ben je en dat blijf je. Maar opeens bleek dat er helemaal geen afgrond op je hoefde te wachten als je eruit stapte. We hebben ons met de overgebleven bandleden toen wel vijf seconden afgevraagd of we verder moesten gaan. Leo was heel getalenteerd, het enige dat bij hem ontbrak, was de ambitie om door te gaan. We vonden het heel jammer dat we zijn talent kwijtraakten. Maar zouden wij stoppen, dan waren we naast Leo's talent ook onze eigen ambities kwijt." Is de band van een middel om te ontsnappen hier inmiddels een doel geworden?
"Jazeker. Maar niet voor niets: de band is de enige plek waar ik alles in kwijt kan. Mijn ambities, mijn drijfveren, mijn uitingsvormen." Leo en jij zijn samen de Kecks begonnen uit een 'Born To Run'-achtig idee. Je moet minstens n zekerheid kunnen noemen die zijn vertrek aan duigen sloeg.
"De zekerheid dat het voor ons allemaal eeuwigdurend is."
Kun jij hier en nu aan alle sceptici en afhakers in n allesomvattend antwoord uitleggen waarom het nog steeds leuk is om, zeg, voor de zestiende keer na het eten van lauwe macaroni op te treden voor 218 betalende bezoekers in de Nieuwe Pul in Uden?
"Het is de eerste keer dat je er voor de zestiende keer komt. Dat heb je nog nooit meegemaakt.
"Je hoort mensen die gewoon een baan hebben altijd zeggen dat ze elke dag naar hun werk moeten. Ik hoef maar n keer per jaar naar de Pul. En dan komen er inderdaad ook nog 218 mensen, dan werk ik anderhalf uur, vervolgens applaudisseren die mensen, roepen ze 'goed gedaan', staat er een koelkast vol eten en drank klaar, komen die mensen handtekeningen vragen en vertellen ze het ng mooier te hebben vonden dan de vorige keer. Ik zou toch werkelijk een bandiet zijn als ik daar over ging klagen?"
Je hebt ooit zangles gehad. Wat ging er mis?
"Dat was in 1990. Mijn lerares vond dat ik het heel slecht deed, maar op een goede manier. Of andersom. Als ik cht iets wilde leren, moest ik helemaal opnieuw beginnen. Met ademhalingstechnieken, een andere houding, yoga... Ik moest ook naar binnen, of zoiets. Oh, ik weet het weer: ik moest mijn concentratie in mezelf leggen. Hoe kan dat nou? Daar staan duizend man, die gaan niet wachten tot ik mijn kopje kamillethee naar binnen heb gesnoven en mijn lage adem heb gevonden."
Voor '>tk' heb je voor het eerst alle teksten zelf geschreven. Vertel eens, wat is de definitie van een goede tekst?
"Dat weet ik niet. Gelukkig niet."
Tegen anderen ben je anders wl duidelijk over wat slechte teksten zijn. Die van Doe Maar, die van Blff...
"Pa van Doe Maar vond ik wel een goede tekst. En, nou ja, dan hebben we het wel een beetje gehad. Maar als ik nu tien maatstaven zou bedenken voor een slechte tekst, zou ik onmiddellijk volgens die maatstaven een goede tekst proberen te schrijven, om te kijken of het toch lukt.
"Ik heb ooit een verhaaltje geschreven voor de Belgische Flair. Voordat we naar Itali vertrokken om aan het nieuwe album te werken, ruimde ik mijn bureau op. Ik kwam dat verhaal weer tegen en heb toen alle zinnen die ik mooi vond, willekeurig onder elkaar gezet. Alleen maar mooie zinnen, geen idee waar het verder over ging. Holle mooischrijverij. Geen 'dit moet ik schrijven, want het papier is dwingend en deze potische geest moet leeg' - niks van dat alles. De tekst staat nu op het album, met een refrein dat ik al eerder af had. Kortom: pas als het klaar is, kun je zeggen of het goed is. In wezen is elke manier die iets goeds oplevert een goede manier. En ik hou ervan te zoeken naar iets dat nog niet eerder gedaan is.
"Als je bijvoorbeeld naar De Kast luistert, dan lijkt dat op werkelijk alles wat al eens gemaakt is. Iedereen vindt het mooi, want de meest mensen horen graag wat ze al gehoord hebben. Prima. Voor mijn part hoeft De Kast het Gelredome nooit meer uit, spelen ze daar een jaar. Ze zullen blij zijn dat ze niet hoeven te zoeken naar iets nieuws, want het gaat goed zo. En ik ben blij dat ik het wl mag proberen. Zo is iedereen blij."
In je nieuwe teksten verplaats je je vooral in anderen. Je roman lijkt een punt achter de kostschool-periode. Is de opdroging van deze inspiratiebron nabij?
"Ik hoop het. Het zou ook een beetje pathetisch zijn als ik er maar mee bleef doorgaan, h? Kijk, had ik er niet gezeten, dan had dat gempliceerd dat ik een andere jeugd had gehad, dat mijn ouders dus waarschijnlijk nog hadden geleefd, dat ik waarschijnlijk was gaan studeren en nu God-weet-wat was geworden. In ieder geval geen zanger bij de Kecks. Het heeft dus blijvend mijn richting bepaald. Maar de invloed ervan mengt zich met steeds meer andere invloeden en wordt daarmee per saldo kleiner."
Als je de kostschool achteraf bekijkt als een creatieve investering, was het een goede.
"Beter een slechte jeugd dan helemaal niets, zei Reve al."
Maar wat nu? Hoe lang kun je de 18-jarige Rick de Leeuw blijven zonder dat het krampachtig wordt?
"Ik zou niet weten hoe het is om als een 39-jarige op het podium te staan. Ik bn daar simpelweg geen 39. Maar ik word ook niet zo'n zwakzinnige als Mick Jagger, die op zijn 70ste nog in een joggingpak over het podium rent om maar te bewijzen dat hij het nog kan. Ik bedoel, je hoeft niks te bevestigen, maar ook niet alles te ontkennen."
Je verzet je tegen de onvermijdelijkheid van de teloorgang?
"Ik verzet me tegen iedere onvermijdelijkheid. Een leven lang. En leven is: groeien. Niet: afbouwen. Man, je had ons afgelopen weekend op het podium bezig moeten zien. Knallen!"
Psychologen stellen dat bij mannen van rond de 40 van alles verandert. Publicist Leo Prick heeft het in 'Demonen van de Middag', zijn boek over de midlifecrisis, over een verandering van de ik- naar de wij-gerichtheid. Dat is bijna letterlijk wat er met jouw teksten is gebeurd.
"Zoals ik exemplarisch ben voor bijna alle theorien, klopt ook deze als een bus. Vertelt die Prick ook hoe het hierna verder gaat?"
Vertel jij het maar.
"Voor het eerst hebben we binnen de band de ego's opzij gezet om ruim baan te maken voor talent en ambacht. Wat ons op het podium groot maakt, beperkt ons in de studio niet langer. Het podium kent zijn eigen wetten, maar de studio ook. Die hebben we rijkelijk laat ontdekt. Alsof je een huis hebt en iemand vraagt na twintig jaar: 'Wat zit er eigenlijk achter die deur?' En jij zegt: 'Deur? Welke deur?'
Blijkt er nog een gigantische kamer in je huis te zitten. Ik ben heel blij met die verandering. Het eindresultaat is nu belangrijker dan het individu. Behalve op het podium."
Daar blijft gelden wat een fan over je zei: "Rick heeft te veel ego om een bassist of gitarist te kunnen zijn"?
"Gitarist zou nog wel lukken. Dat is de tweede man van de band, hij hoort bij de zanger. De bassist hoort bij de drummer. Zo zijn de rollen nou eenmaal verdeeld.
"Maar die theorie over van ik naar wij, die ik nu al omarmt heb, die impliceert ook dat ik niet alleen mijn eigen ervaringen als bron hoeft te gebruiken. Ik kan nu ook overstappen naar de wij-ervaring, de universele thema's. Neem ik aan. Anders zou die theorie me nu al lelijk in de steek laten en ik ken hem nog maar zo kort."
Die documentaire over je leven wordt zo wel heel lang.
"Om niet te zeggen: avondvullend. Haha. Nee, die drang is verminderd. Alleen al omdat de werkelijkheid zoals ik die nu ervaar me minder dwingt tot ontsnappingen. Of misschien heb ik de werkelijkheid zo naar mijn hand kunnen zetten dat de ontspanning al daar is."
Je bedoelt: die film draait al.
"Precies! Toen ik 16 was, deed ik alsof ik heel beroemd was en was ik het niet. Nu doe ik alsof ik een beetje beroemd ben en ben ik het ook."

Pers