|
De Uitmarkt, zomer '98. Het Amsterdamse uitgaansseizoen wordt geopend.
Voor een volgepakt Rokin spelen de Tröckener Kecks een gedreven set bestaande uit
louter nieuw werk. Vanzelfsprekend op zo'n evenement waarop de nieuwe najaarsmode in het culturele leven getoond wordt, zou je denken. Maar in de praktijk blijken velen er toch een verkapte Greatest Hits show van te maken. Zoniet de Kecks. Zelfbewust flaneren ze over de catwalk in hun keizerlijke nieuwe gewaden. Nieuw materiaal dat zich prima verhoudt met datgene waar ze hun status aan te danken hebben. Maar niet alleen het repertoire is nieuw. Tevens wordt op die gedenkwaardige middag de nieuwe gitarist Phil Tilli voorgesteld aan het hoofdstedelijk publiek. De rest van Nederland en België, waar de Kecks door de jaren heen ongemeen populair zijn gebleven, had zich allang van de ververste line-up op de hoogte gesteld. De optredens van de Kecks, of het nu voor een bomvolle Uitmarkt is of in het parochiehuis van de gemeente Oude Huizen, ze voelen aan als het begin der tijden. Als je dan toch op het podium gaat staan, doe het dan met hart en ziel, zoals het ooit bedoeld was toen Elvis voor het eerst met zijn machtige heupen wiegde. Enkele bezettingswisselingen door de jaren heen ten spijt, de Kecks gaan nooit verloren. De Kecksfans hadden al enige jaren eerder drummer Gerben Ibelings en toetsenist Rob van Zandvoort de band zien versterken. Van de oorspronkelijke bezetting is voormalig drummer Leo Kenter als tekstdichter bij de Kecks op de achtergrond betrokken gebleven. Momenteel werkt hij aan een roman, terwijl Rick de Leeuw nu de hoofdverantwoordelijke is geworden voor de teksten. Dat leidt stilaan tot een veranderende invalshoek. "Er is in de meeste muziek die je hoort geen verschil tussen de zanger en de hoofdpersoon van zijn liedjes," observeert De Leeuw. "Vaak zijn ze geschreven vanuit het perspectief waarbij de zanger zich neerzet als ruwe bolster met blanke pit". 'Okay, ik maak fouten, maar in mijn hart ben ik een goeie goser.' "Je hoort niet anders. Erg voorspelbaar. Wij trachten dat te doorbreken." Als voorbeeld het gedragen, haast ambient nummer Ik Denk Nooit Meer Aan Jou, dat smeekt om een release als single. "Die hoofdpersoon is een regelrechte creep. Als een stalker-achtige figuur, opduikend op plekken die hem aan zijn voorbije liefde herinneren, zonder dat toe te geven. Hij lijkt zich onder controle te hebben, maar zit op het randje van een straatverbod. Een liefdeslied door de ogen van een onsympathieke eikel". Als je Ik Denk Nooit Meer Aan Jou hoort, voel je het verschil met een doorsnee Nederlandstalig ding. "Schrijven in zo'n ander perspectief is heel fris. Alles wat je fantasie maar prikkelt kan als onderwerp dienen," De Nederlandstalige muziek, die zich momenteel toch op een populariteitspiek bevindt, zegt hem niet veel. "De diepgang van een kano. Als artiest moet je juist de ontdekking van nieuwe horizonten nastreven. Niet keer op keer dezelfde hap opwarmen" Dat proces van thematische verbreding heeft zich al eerder ingezet met het album Dichterbij Dan Ooit uit 1997. Het is tijd voor een nieuwe plaat. Materiaal zat.
Nog een voorbeeld?
De muziek van de Tröckener Kecks anno het fin de siècle is softer roept de één, nee,
alleen maar geraffineerder roept de ander. "Voor mij is onze stijl niet noemenswaardig
veranderd. Vroeger werden we punk genoemd, nu is 'alternatieve muziek' de
mainstream geworden. Hooguit zou je dus kunnen beweren dat onze omgeving en de
mensen daarin zijn veranderd," redeneert bassist Theo Vogelaars. |